30 - 11 - 2021
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag32
GisterenGisteren167
Deze weekDeze week199
Deze maandDeze maand3167
Alle dagenAlle dagen80396
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index

81 De Rotterdamse Kopermolen

Geschiedenis van de molen

Deze kopermolen is op het moment van stichting de tweede in Apeldoorn na de kopermolen aan de Grift. Hij dateert van omstreeks 1753. Dan heeft de Rotterdamse koopman Daniel de Jongh de Pannekoekspapiermolens te Wenum van de erfgenamen van Cornelis Dries Nijland gekocht. Deze papiermolens bestonden al in 1626. Het verhaal van deze voorlopers is beschreven in paragraaf 36 Pannekoekspapiermolens.

De molen zal voortaan, naar de geboorteplaats van Daniel de Jongh, de Rotterdamse kopermolen heten.

Kort daarvoor hebben de geërfden van de Wenumermark aan Daniel de Jongh als "coper van de pannecoecksmolens”, uitgedaan in een "stedigen, vasten en altoosdurende erfpagt, een stuk grond boven de voorss. pannecoecksmolen, schietende van de beeck af tot aan de moeras of veen, vandaar regts om lopende tot aan den Apeldoornssen en Vaassense weg, voorts wederom Iings af dan langs die weg over de brug of beeck heen schietende en weder regts af tot langs en voorbij de doelens tot aan den Wenumssen Nijen Enck dus in sig sluytende het veld tussen het moeras of veen, de onderbeek, het veldt genaamt de camer en de bomen bij de voors. molens”.

Hij mag rondom een dijk aanleggen en een vijver laten graven "tot de aan te leggene copermolen, te bedijken, bepoten, beplanten ende daar mede tot zijn voordeel en genoegen te doen na welgevallen”.

Stroomafwaarts lag en ligt nog steeds de Wenumse korenmolen en de toenmalige molenaar ervan protesteert. Hij vermoedt dat hij er last van gaat krijgen. Ook maakt hij bezwaar omdat er zelfs al een begin was gemaakt met het graven van een "wijer of vijver” voor ’t opstuwen van het beekwater. Waarschijnlijk heeft Daniel de Jongh als compensatie de wijer bij de Wenumse korenmolen laten aanleggen zodat die ook over voldoende water kon beschikken.

Daarna kon ook bij zijn kopermolen een grote wijer worden gerealiseerd. De molen verkrijgt zo behoorlijk wat extra vermogen en kan om die reden zelfs 3 in serie gelegen raden aandrijven.

In 1754 wordt de grondpacht aan de mark betaald door Baltus Landal, die dit ook nog doet in 1758. Hij was waarschijnlijk de bedrijfsleider op de Rotterdamse kopermolen.

In de tussentijd heeft Daniel de Jongh in 1756 nog ruzie met andere belanghebbenden. De geërfden van de mark komen bijeen "onder de Linde” en beloven "alles wat onze Boerscholt Lubbert Goutkuil en de gezworenen zullen ondernemen tegen het gewalt (van den heer de Jongh) te zullen steunen door te vergoeden verschot en moeyte en diensten . . . ieder na quota dat sy geerft zijn” . De Jongh had namelijk "goet gevonden om een heel stuyck (= stuk) van onse marckt te graven en met boomen toe te pooten en mit een ryggelwerk aff te schutten, alles buyten en boven het velt dat syn edele was uytgesteken en in erffpacht verpacht was”. Blijkbaar had Daniel aan landje pik gedaan. Hoe het probleem is opgelost is niet bekend.

Na 1758 is Laurens Landaal, die mogelijk een zoon van Baltus was, met de leiding belast.  Laurens komt waarschijnlijk in 1747 al voor op de kopermolen op de Grift en had dus ervaring. In 1774 wordt Laurens aangesteld tot buurscholtis van de Wenumermark. Het was dus duidelijk een carrière man.

Zoals de geërfden van de mark al hadden gemerkt wilde de Jongh de omgeving verfraaien. Nadat de wijer en de molen waren geïnstalleerd laat de Jongh zijn bezit met verschillende boomsoorten beplanten en vijvers en wandelpaden aanleggen.  Het geheel werd een voornaam landgoed met herenhuis, bestaande uit vijf aaneen gebouwde paviljoens. Later zou men van heinde en ver dit bijzondere gebied bezoeken en erover schrijven.

In 1768/ 69 worden er een aantal werknemers met name genoemd. Het zijn de al eerder vermelde Laurens Landaal en daarnaast Willem de Koperslager, Gerrit Lange, Hendrick Gerrits, Loog Korthals, Frederik van Luik en Jan Brink.

In 1770 doet Daniel de Jongh zijn koperbedrijf in Wenum over aan z’n gelijknamige neef Daniel de Jongh, Adriaansz. Deze was in 1774 gehuwd met Lucia Maria Raeber, de dochter van de intendant van Het Loo. Het echtpaar kreeg 10 kinderen. Ze woonden ’s winters op de Blaak te Rotterdam en in de zomermaanden op het door hun oom aangelegde landgoed in Wenum.

Dat het een interessante molen was bewijst een verslag uit 1779. Dan brengen enige reizigers tijdens een "toertje” door Gelderland een bezoek aan de kopermolen van de heer de Jongh te Wenum, waar "het oude koper gesmolten, in vormen gegoten en tot platen geslagen wordt. Het water . . . doet de groote blaasbalgen en de ontzaggelijke beukhamers bewegen: het vuur van houtskolen, die hier ook bereid worden, is verschrikkelijk, en men is verwonderd dat mensen het lang daarbij kunnen uithouden.
De baas was evenwel een gezond man en had 6 frissche kinderen”.

Met kopermolens ging het in die tijd erg goed. Er was een groeiende markt voor het koper en de halffabricaten.

  • Men had ontdekt dat er geen mosselen meer tegen de houten rompen van zeeschepen groeien als er koperen platen tegen werden bevestigd. Dat scheelde heel wat aan onderhoud. Ook de vrachtprijzen stijgen snel en daardoor worden nieuwe en grotere schepen gebouwd.
  • Verder werd het koper gebruikt voor de grote koperen suikerketels voor de suikerplantages in West-Indië.
  • Ook werden er koperen plaatjes gefabriceerd voor de in Oost-Indië als geldmiddel gebruikte koperen duiten. Dat weten we uit een rechtszaak van een valsemunter. In het begin van de 17de eeuw werd een zekere Pieter van de Haegen te Rotterdam beschuldigd van het maken van valse Spaanse koperen munten. Op 19 januari 1614 lezen we, dat het koper, waarvan deze munten vervaardigd waren, afkomstig was "van Facen (Vaassen) tusschen Harderwijk en Deventer”. In de volksmond heetten dergelijke kopermolens vaak "duitenknipperijen”.

In 1809 overlijdt Daniel de Jongh en zijn zoon Johannes erfde de kopermolen.

In 1813 is ons land weer vrij van de Franse bezetting. De Nederlandse Handelmaatschappij, die dan voor het herstel van het toenmalige Nederlands Oost-Indië wordt opgericht, zorgt voor groeiende winstcijfers voor kopermolens.

Toch is het einde al snel in zicht want er komen meer en meer door stoom gedreven koperpletterijen en omstreeks 1835 wordt de fabricage van koper op de Rotterdamse kopermolen definitief gestaakt.

Johannes de Jongh bleef daarna het landgoed bewonen.

In 1841 hadden de predikant Heldring (uit Hoenderloo) en zijn reisgenoot Graadt Jonckers een bezoek gebracht aan de molen. Beiden zijn verrukt over de fraaie aanleg. Heldring schrijft: "Wij bezochten de kopermolen aan gene zijde van het Loo. Ofschoon vreemdelingen, werden wij als bekenden ontvangen, Ofschoon slechts omdwalende en zoekende naar hetgeen ons hier of ginds zoude kunnen bekooren - bekenden wij beiden, dat het ons op onze gansche reis nergens zoo aangenaam geweest was als hier. Ofschoon de regen allerhevigst was, en donkere wolken elkander opvolgden, was het ons als of wij in zonneschijn rondwandelden, zoo lieflijk is het geheel in zijnen eenvoudigen smaakvollen aanleg. Op het bergje gezeten, waar het oog over een effen water met wellust op heuvelen en bosschen rust, was het er ons zoo aangenaam, dat ik geen tweede plekje mij weet te herinneren, waar ik op ons togtje met meer genoegen toefde. De kopermolen stond stil, doch de werklieden zullen hun brood wel vinden in de velden, die hier bereid worden voor den toekomstigen oogst.

Het bergje of heuvel, waarover Heldring berichtte was in 1963 nog in het terrein aanwezig. Op die heuvel zal vroeger een tuinkoepel gestaan hebben. In de heuvel heeft sinds 1957 een latere eigenaar een rustplaats gevonden.

Van de grote wijer maakte de Apeldoornse schilder Arie Lieman in 1846 een potloodtekening, die zich in het CODA museum bevindt en waarop achter het sierlijke bruggetje nog iets van de voormalige kopermolen te zien is.

In een reisverhaal uit omstreeks 1850 lezen we nogmaals dat het een bijzonder mooie plek geweest is : "En volkomen zal een ieder (hiermede) instemmen wie zich herinnert hoe toenmaals dit landgoed met hoog geboomte, uitgestrekte Vijvers en eigenaardig uit vijf aaneen gebouwde paviljoens gevormd heerenhuis lag als een oase aan den eenzamen weg op de onmetelijke heidevlakte”. Blijkbaar was het voor die tijd nog veel mooier en is er al sprake van wat verval.

Johannes de Jongh stierf in 1857 op 78 jarige leeftijd en zijn weduwe Elisabeth Maria van Hoytema overleed in 1865. Het huwelijk bleef kinderloos en dus volgt in 1865 volgt de inzet en toeslag van de buitenplaats de Rotterdamse Kopermolen met bos-, bouw-, wei- en heidegronden.

1858 03 25 NAC veiling

De veiling was echter al jaren eerder begonnen. Hier een advertentie uit 25 maart 1858.De verkoop zal enige tijd in beslag hebben genomen.

Geografische positie en bereikbaarheid

De molenlocatie ligt op particulier terrein en is niet toegankelijk.

HA Pannekoeksmolen Op de kaart van Hardonk is de positie van zowel de Pannekoeksmolen als de latere Rotterdamse Kopermolen met nr. 3 aangegeven.

GE pannekoeksmolen

De geografische locatie van de molen was 52°15'22.01"N 5°56'59.51"E

wenum 1815

Kaart uit 1815 waarin de Rotterdamsche K. Moolen is ingetekend.Ook de wijer van deze molen en de stroomafwaarts gelegen Wenumse watermolen is te zien.

Huidige situatie

Het gebied is niet toegankelijk en daardoor is het uiteraard niet mogelijk om het te inventariseren. Wel is bekend dat de kades van de vijvers door de droogte van de afgelopen jaren grote schade hebben geleden. Het restaureren van de oude kades zal niet eenvoudig zijn.

De vijvers staan zo goed als droog. Waarschijnlijk is er ook een wisselwerking met de vijvers van Het Loo, waar water voor opgepompt moet worden. Het hele gebied staat sterk onder druk door de enorm lage grondwaterstand en de slechte toestand van de beken.

Bouwgeschiedenis (evt. tijd en reden voor afbraak)

1753. De Rotterdamse koopman Daniel de Jongh koopt de Pannekoeksmolens en verkrijgt ‘eeuwige” erfpacht voor de rest.
1753 De Jongh laat als compensatie de wijer bij de Wenumse korenmolen aanleggen.
1753 Grote wijer wordt bij de kopermolen gerealiseerd. De molen krijgt 3 in serie gelegen raden.
1756 Daniel de Jongh speelt landjepik en krijgt ruzie met andere belanghebbenden.
1770 Daniel de Jongh doet koperbedrijf over aan neef Daniel de Jongh, Adriaansz.
1779 Reisverslag toeristen over molen.
1809 Daniel de Jongh overlijdt en zijn zoon Johannes erfde de kopermolen.
1813 Ons land is weer vrij van de Franse bezettingen daardoor groeiende winstcijfers.
1835 Fabricage van koper op de Rotterdamse kopermolen definitief gestaakt.
1841 Reisverslag Heldring (uit Hoenderloo) van de molen.
1846 Arie Lieman maakt een potloodtekening.
1850 Reisverslag en beschrijving van de molenplaats.
1857 Johannes de Jongh overlijdt.
1865 Zijn weduwe Elisabeth Maria van Hoytema overlijdt eveneens.
1865 Verkoop van de buitenplaats de Rotterdamse Kopermolen met bos-, bouw-, wei- en heidegronden.

Erfgoed ontwikkelings potentie

Het gebied is zonder uitdrukkelijke toestemming niet toegankelijk.

Erfgoedstatus

De boerderij uit 1728 met het koetshuis van het oude landhuis staat op de Rijksmonumentenlijst.

De oude toegangspoort op het andere deel is in 2000 op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Het verhaal van de Marke van Wenum verdient hier extra aandacht gezien het geschil van de Jongh met de geerfden. Hieronder een selectie uit een nieuwsbrief uit 2015 door Jan Grefhorst.

De marken (soms maalschappen genoemd) zijn al heel oud, ergens ontstaan in de Middeleeuwen doordat een groep mensen in elkaars omgeving boerderijen stichtten, grond in cultuur brachten en deze bouwlanden met wallen omringden. Een deel van de grond buiten een dergelijke wal werd bestemd voor gemeenschappelijk gebruik. Men ging er hout halen, schapen hoeden, turf- en plaggen steken, heide maaien, grint graven of zetten er bijenkorven neer. Over deze ‘gemene’ gronden, meest bestaande uit bossen hakhout, heidevelden, zandverstuivingen en soms veen, oefende de mark het gemeenschappelijk eigendomsrecht uit. Niemand mocht uit de gemene gronden maar halen wat men wilde, want het beheer en de bepalingen waaraan een ieder zich had te houden waren heel nauwkeurig vastgelegd in de wille- of wilkeuren (soort statuten) van de mark.

Over deze ‘gemene’ gronden oefende een markebestuur toezicht en rechtspraak uit. Bij de mark van Wenum behoorde ook Beemte en Broekland.

De mark van Wenum wordt al genoemd in 1335. Het bestuur van de mark bestond uit een Buurtscholt en vier Gezworenen. Ze vergaderden regelmatig en de afspraken en regels werden vastgelegd in het Markeboek. Het eerste Markeboek dat bewaard is gebleven uit Wenum is van 1592. Het bestuur kwam minstens eenmaal per jaar bijeen. Meestal in het vroege voorjaar, maar ook wel aan het begin van de zomer. De marke van Wenum vergaderde bij gunstig weer ‘Onder de Linden’ en bij slecht weer in de herberg ‘De Papegaaij’.

vergaderplaats de linde Wildekampe

Volgens een kaart uit 1708 lag de vergaderplek met de vier linden aan de zuidkant van de Wenumse beek, ongeveer halverwege Wildkampen en Veldmaterweg, daar waar de beek een bocht maakt. Linden zijn er niet meer te vinden, maar de beek slingert zich daar nog steeds tussen de weilanden door en met een beetje fantasie zie je de Wenumse boeren vergaderen.

de linde

De plek bij de Wenumse Beek waar "Onder de Linden" vroeger was. Foto Henk Weltje - 2020

infopaneel wenumse marken

Informatiepaneel bij de locatie van de vergaderplek. Bron CODA.

Foto’s van oude en huidige situatie

lieman

Wijer van de Rotterdamse kopermolen in 1846. Geheel rechts vermoedelijk een gedeelte van de molen.
Tekening door Arie Lieman (1816—1893).

Schilderijtje van Weerts

De Zwolseweg met het toegangshek naar het landgoed. Schilderijtje van C.A. Weerts.(1782-1868) een schoonzoon van Daniel de Jongh.(collectie Scheurleer)

20181119 152744

Ingang van het terrein met het bijzondere toegangshek. Het hek heeft vroeger een andere plek dichter bij de weg gehad. Foto Henk Weltje - 2018

P1040431

De plek waar ooit het rad van de molens moet zijn geweest. Foto Henk Weltje - 2018

P1120058

De beekloop stroomafwaarts gezien. Rechts een van de vijvers. Foto Henk Weltje - 2018

P1040432

De grote vijver naast de voormalige molengoot.Foto Henk weltje - 2018


Don't have an account yet?Register Now!

Sign in to your account