08 - 03 - 2021
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag37
GisterenGisteren71
Deze weekDeze week37
Deze maandDeze maand494
Alle dagenAlle dagen51435
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index

 
80 De kopermolen op de Grift te Apeldoorn 

Geschiedenis van de molen

Voordat er sprake was van de kopermolen (De latere Vlijt) als molen waren er zeker al in de 15de eeuw andere molens op deze plaats aan de grift.
Het is niet onwaarschijnlijk dat er voor die tijd ook al korenmolens op deze lokatie aanwezig geweest zijn.
Zie hiervoor de paragrafen:
10 - De Monnikhuizervolmolen op de Grift
en
15 - De volmolen van Johan Evertsz. Cloppenburch op de Grift te Apeldoorn

De molen heette de Vlijtsemolen daarna koperpletterij De Heus. Later vestigde het bedrijf Remeha er.

Bron 10: molendatabase.org beschrijft de geschiedenis van de molen als volgt:

"
Al in 1434 was hier een oliemolen.
De oorspronkelijke papiermolen had onderslagraderen.
In 1618 werd er een kopermolen tegen aan gebouwd, die in 1785 werd opgeheven.
Er werd een 2e papiermolen gebouwd.
Beide molens werden in 1808 van de gebr. Gunningh.
In 1816 kreeg het complex de naam De Vlijt.
In 1824 werd er een villa bij gebouwd, de Vlijt het huidige Marialust( vanaf 1902).
Er kwam ook een moderne stoom-papierfabriek.
In 1843 kwam het geheel aan De Heus, die de papierfabriek ombouwde tot koperpletterij.
De Grift was intussen te vervuild om nog gebruikt te kunnen worden.
In 1933 verkocht aan de gemeente.
In 1972 is het bedrijf stilgezet en het terrein verkocht aan Remeha.
"

Geografische positie en bereikbaarheid

GE DeVlijt

De coordinaten van de locatie zijn N 52.223682 O 5.969127

HA De Vlijt

Op de kaart van Hardonk kaart is de molenlokatie met nr. 12 aangeduidt.

1748 De VlijtUitsnede van de "Caert van de Limitten van de hooge Heerlijckheid Het Loo van Willem Leenen uit 1748
deel verpondingskaart 1811 MoermanGedeelte van een verpondingskaart uit 1811 met een gedeelte van de loop van de Grift te Apeldoorn en de vroegere olie- en volmolen.
De vlijt 1880 kadasterDe vlijt 1880 kadaster
kaart met loop en molen
Ook een gemeentelijke stratenkaart laat de loop van de grift, Marialust en de molen goed zien.

Huidige situatie

Recent waren er nog enkele gebouwtjes en 2 kollergang molenstenen over.
Momenteel zijn er plannen voor woningbouw in dit gebied.

Bouwgeschiedenis (evt. tijd en reden voor afbraak)

Er is veel industriele activiteit in dit gebied geweest maar de laatste activiteiten waren niet meer gerelateerd aan molens.
Sinds 1972 was hier de fabriek van Remeha die later naar de Marchantstraat is verplaatst.
Na de afbraak van het fabrieksgebouw is besloten tot woningbouw in dit gebied.

park marialust
Erfgoed ontwikkelings potentie

De oorspronkelijke molens in dit gebied behoorden tot de eersten in Apeldoorn.
Ze heetten net als de molen op het terrein van het vroegere Centraal Beheer gebouw de "Munnikhuizermolen" en waren dus ook eigendom van het klooster Monninkhuizen.
De Grift is hier waarschijnlijk verschillende keren vergraven en zelfs de Kayersbeek is uiteindelijk in dit gebied in de Grift uitgemondt.
Het verdient aanbeveling om de loop van de diverse beken en de vergravingen te onderzoeken.
Waarschijnlijk is er nog wel iets te vinden van de oude kopermolengeschiedenis, want ook bij de Wenumse watermolen zijn er recent nog koperbroden gevonden.

De aanwezigheid van koper kan echter ook wijzen op bodemverontreiniging.

Er zijn twee kollergang molenstenen te vinden bij de vroegere personeelsingang aan de Vlijtseweg en deze zijn er zeker al voor 1990 geplaatst.

Op de plek van Remeha is vroeger kopermolen De Vlijt geweest. Daarvoor in de 16de eeuw was er een oliemolen. Kollergang molenstenen werden bij oliemolens gebruikt voor het breken van zaden.Waar de stenen vandaan kwamen is niet bekend. Een oliemolen op die plek was er in de 16de eeuw. De stenen lijken echter een inscriptie te hebben met het jaartal 17.. Dit kan alleen bevestigd worden door de stenen op te graven en schoon te maken.

De stenen zouden een mooie plek in de nieuwbouwwijk kunnen krijgen om de herinnering aan de molen Der Vlijt levendig te houden.


Erfgoedstatus

Niet bekend.

Foto’s van oude en huidige situatie

 De vlijt 1913

devlijt1912

Koperpletterij "De Vlijt". Waterkracht was nog gebruikt. Archief Hardonk - 1912

P1000039

Oude gebouwtjes op het te ontwikkelen Remeha terrein.

P1000046 Molenstenen de Vlijt Paul Solleveld
Ingang hek aan de Vlijtseweg waarachter de twee molenstenen zijn ingegraven Een van de kollergang molenstenen met linksonder het jaartal

 In de Apeldoornsche Courant van 8 november 1938 staat een interessant artikel over de koermolen en de Grift die daar ter plekke vergraven is.

APELDOORN'S „BLAUWE DONAU" HISTORISCHE BIJZONDERHEDEN OVER DE GRIFT, DE KOPER- EN PAPIERMOLENS IN VERBAND MET GRONDOVERDRACHT AAN DE GEMEENTE.

In verband met het feit, dat de N.V. Koperpletterij en Metaalhandel v.h. H. de Heus en Zoon het haar in eigendom toebehoorende deel van de Grift aan de gemeente Apeldoorn heeft overgedragen, krachtens onderhandsche koopovereenkomst, zijn oude archiefstukken over de koper- en papiermolens in Apeldoorn, aan de gemeente overgedragen, als zijnde voor haar van groot belang.

Wij hebben van het memorandum over deze stukken inzage gekregen en kunnen hierover het volgende mededeelen: „Met betrekking van de koper fabriek „de Vlijt" aan de beek de Grift dient men terug te gaan tot anno 1434, toen hertog Arnoud van Gelre het recht om een molen te hebben, in erfpacht uitgeeft voor 100 pond 's jaars aan Johan Douys, die volgens enkele acten tot den hertog in betrekking stond en later in 1440 aan het Benedictijner klooster van Munnikhuizen te Arnhem.

Daaronder was begrepen het recht op twee kampen land, waarop de molen stond, alsmede het recht om de waterkracht van de beek de Grift te benutten als drijfkracht. Dit gold behoudens een periode sedert 1492 toen het klooster er volledig eigenaar van was.

Dit waterrecht ging vanaf de korenmolen te Apeldoorn - een zoogenaamde „dwangmolen", omdat de bevolking verplicht was haar koren daar te laten vermalen - tot op de beneden de „Vlijt" gelegen zoogenaamde „stinkmolens" (papiermolens) onder Noord-Apeldoorn, waar tegenwoordig de papierfabriek van v. Delden is gevestigd.

Voor hen, die belangstellen in de geschiedenis der Veluwsche beken, sprengen en watermolens en hun nauwe relaties met de Marken, zij verwezen naar de studie van den heer J. D. Moerman, opgenomen in het nummer van het tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap van Maart 1934.

Daarin wordt verder vermeld:

a. de Rotterdamsche Kopermolen van D. de Jong op de Wenumsche beek onder Wiessel, gemeente Apeldoorn 1753).

b. de kopermolen van Cunissen bij de Griftsche molens onder Vaassen (1727).

c. de Kopermolen van Krepel te Klarenbeek, gemeente Voorst 1850).

In 1623 verkoopen Matthijs van Sirrik en Jan Gerritsen de papiermolen en kopermolen op de Grift - in de kerspel Apeldoorn aan Andries Jansen van Aalst en Lodewijk Jansen van Aalst. Dat zij het kopervak verstonden en op de hoogte van hun tijd waren, blijkt uit het octrooi, dat zij in 1627 van de Staten der Vereenigde Nederlanden ontvingen, voor de nieuwste werkwijze voor het smelten van koper, een zaak welke ook nu nog in het jaar 1938 voor het koperbedrijf van het grootste belang blijft.

De dochter, genaamd Judith, van Andries van Aalst, die kennelijk een vrouw was met industrieele aspiraties, was in 1654 weduwe van Willem Janssen en nadat zij van haar zuster Claeske, gehuwd met Steven Janssen Jotgieter het aan hen beiden toebehoorende aandeel in den molen had verkregen, koopt zij van de erfgenamen van Daniël de Mareez een ander deel dier molens.

De naam de Mareez duidt op een relatie met de grootindustrieëlen en kooplieden van dien naam en de met hen verwante families Trip en de Geer uit Amsterdam, Dordrecht en Luik.

Het buitenverblijf „Marialust".

De nakomelingen van het echtpaar Willem Janssen en Judith van Aalst, met name hun beide zoons Jan en Andries voerden den familienaam, „van Munnikhuizen".

Vermoedelijk werden de molens en het goed, dat zij bewoonden, aldus genoemd in den volksmond.

De nakomelingen van hen blijven de koper- en de papiermolens exploiteren. In de bosschen daarnevens stichtten zij een buitenverblijf, ook de „Vlijt" genaamd (later onder den ouden heer W. H. de Heus, na nieuwbouw genaamd „Maria-lust" en tegenwoordig in eigendom der gemeente Apeldoorn).

Deze gronden behoorden in eigendom tot de gezamenlijke gerechtigden van de „Ordermark" of aan die van de „NoordApeldoornsche Mark". Ook kochten de familieleden van Van Munnikhuizen of hun afstammelingen, bepaalde stukken grond vrij aan canon, zoodat zij volledig eigenaar werden.

Het zou te ver voeren om uit de oude acten een overzicht te geven van de vele moeilijkheden tot welke het bezit van de molens en het gebruik van de waterkracht van de Grift in den loop der tijden aanleiding gaf.

Van belang alleen is te vermelden, dat op de kopermolen sedert 1700 drie beklemmingen of hypotheken rustten, tot een totaal bedrag van f 7850, waarvan de rente werd betaald en welke van de zijde van den schuldeischer niet opzegbaar waren volgens het oude Veluwsche landrecht, zoolang het goed niet werd verkocht. Dit wordt bevestigd door een beslissing van het Hoogste Gerechtshof te Den Haag in 1821, en de schulden zijn eerst door den heer W. H. de Heus na zijn aankoop afgelost.

De nakomelingen van de familie Van Aalst, te weten Willem Timmer en Catharina Buyteweg, gehuwd met Jacob van Wechelen, verkoopen tenslotte de molen in 1838 aan J. H. Gunning te Apeldoorn (in den Franschen tijd tevens maire van onze gemeente) en aan zijn mede-vennoot Pieter van Herzeele uit Amsterdam.

Destijds was alleen een papiermolen in bedrijf.

Het blijkt niet uit de oude stukken, wanneer het koperbedrijf aan de Grift te Apeldoorn werd stilgelegd. Vermoedelijk hangt dit samen met den stilstand van de Nederlandsche scheepvaart op Indië en andere werelddeelen, zoodat de behoefte aan koperen scheepshuiden voor de zeilschepen ophield en het koperbedrijf ook door andere economische omstandigheden niet meer loonend was, ja verlies opleverde.

Ook de aanmunting van koperen muntmateriaal zal verminderd zijn in die periode.

Nadat P. van Herzeele in 1817 was overleden, bleef Gunning alleen over en exploiteerde de papiermolen „de Vlijt" nog zeven jaren als eigenaar.

De voorhanden acten en stukken toonen, dat het papierbedrijf in die jaren niet lucratief voor hem was, zoodat hij dit bedrijf bij acte van Febr. 1824 voor notaris mr. J. Commelin, Amsterdam, verkoopt aan J. H. Ameshoff, wonende op de Heerengracht, aldaar.

Het eigendomsrecht van de Grift.

Alvorens bijzonderheden over den nieuwen eigenaar mede te deelen, dient te worden gewezen op een gevolg van de ongunst der tijden, hetgeen voor de eigendomsrechten op de beek de Grift ook voor het tegenwoordige geslacht van groote beteekenis is geweest.

Door den slechten toestand der rijksfinanciën in den Franschen tijd en den ontstanen achterstand in de rente-betaling en aflossing op de schuldbrieven, hield de prefectuur van de provincie Gelderland (toen genaamd département de l' IJssel superieur) te Arnhem een publieke veiling van domeingoederen, alsook van het bedoelde Grift-gebied.

In plaats van erfpachter van de provincie Gelderland, was Gunning van dat tijdstip af volledig eigenaar van de beek de Grift onder Apeldoorn geworden, loopende vanaf de oude korenmolen tot beneden aan de stinkmolen.

De heer J. H. Ameshoff, de nieuwe eigenaar van de papiermolen en de beek de Grift heeft later het bedrijf, de papierfabriek „De Vlijt", met bijbehoorende gronden en de beek met bijbehoorende beekoevers en verdere waterrechten, aan den heer W. H. de Heus, fabrikant te Utrecht, verkocht. Deze verkoop geschiedde 1 Februari 1843, in welk jaar de papierfabriek werd veranderd tot koperfabriek.

Van dien tijd dateert de firmanaam De Heus, terwijl ook later het bedrijf eigenlijk familiebezit is gebleven, en na het overlijden van den beheerenden vennoot H.G. A. de Heus, een z.g. familie-N.V. werd opgericht, de N.V. Koperpletterij en Metaalhandel, v.h. H. de Heus en Zoon.

De onderhandelingen van de gemeente Apeldoorn met deze N.V., omtrent de overdracht van het eigendomsrecht over de Grift met bijbehoorende beekoevers en waterrechten, zijn reeds geruimen tijd geleden met succes bekroond. Gemakkelijk en vlot zijn deze wederzijdsche besprekingen allerminst verloopen. De N.V. diende een kapitalisatie te maken van haar bezit en van de erfpacht van sommige aanwonenden. Tenslotte is een accoord bereikt.

Deze aankoop vormt een belangrijke schakel in de Griftverbetering, een afstand van ± 2 K.M. kwam hierdoor onder beheer der gemeente.

Voor het huidige koperbedrijf had de Grift als energiebron al lang geen waarde meer, daar de moderne machines de stuwkracht van het water hebben verdrongen.

Langen tijd heeft de Grift, die vroeger rechtuit over het terrein van den kopermolen liep, koelwater voor de ovens geleverd. Maar het water is voor dit doel te vuil geworden.

De Grift werd om de fabriek heengeleid, terwijl echter nog een stuk van de oude Grift op het terrein is overgebleven, een tak, die zich later met het omgelegde gedeelte weer vereenigt.

Een nieuwe „Blauwe Donau".

De Grift, die in zijn tegenwoordigen toestand wel eens spottend de „Blauwe Donau" wordt genoemd, zal ongeveer 100 M. voor de fabriek de Heus, koperpletterij, tot ongeveer aan de Anklaarscheweg worden „doodgelegd".

Dit stuk zal geheel worden gedempt, terwijl de fabriek dan op het nieuwe rioleeringsnet kan worden aangesloten.

Maar een nieuwe Grift zal worden gegraven ter vervanging van deze afgesneden bedding, langs „Marialust", waarbij men waarschijnlijk het aanzienlijke niveauverschil tusschen de Deventerstraat en dit buitengoed door watervallen zal opheffen.

De oorspronkelijke bedding van de Grift loopt dwars door het fabrieksterrein van de N.V. Koperpletterij en Metaalhandel v.h. H. de Heus en Co., Vlijtscheweg alhier.

Tegenwoordig is de beek langs deze fabriek geleid.

Een gedeelte van de oude Grift tusschen de gebouwen is nog intact gebleven, en wordt gebruikt voor het nat houden van hout, dat voor de koperfabricage wordt gebruikt.

In de naaste toekomst zal het gedeelte Grift, om en bij de fabriek geheel verdwijnen.

Een nieuwe beek wordt gelegd langs Marialust, terwijl door aansluiting der industrieën op het rioolstelsel de onwelriekende „Blauwe Donau" van thans tot het verleden zal behooren.


Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account