12 - 11 - 2019
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag29
GisterenGisteren57
Deze weekDeze week86
Deze maandDeze maand675
Alle dagenAlle dagen15595
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index

21 De zeemmolen van Bongart en Warners

Geschiedenis van de molen

Eigenlijk hebben we het hier over de eerste molen op de locatie die later de Stinkmolens op de Vlijt genoemd zou worden. De eerste molenaar Dirck Warners had in 1606 al een volmolen op de Grift willen bouwen maar werd bedrogen door zijn compagnon Gerrit Cornelissen. Met Johan Bongart (Bongerts) is het in 1610 wel gelukt. Deze Bongart had eerder in 1605 vergunning gekregen voor het timmeren van een zeemmolen bij het verlaat buiten de Nieuwstadspoort te Zutphen en was dus een ervaringsdeskundige.

Beide mannen verkregen de erfpacht van de grond en vergunning voor het omleggen van de beek (de Grift) voor een beter verval voor het rad.

Er is tevens sprake van wallen (dijken) en een nieuw "Leeger” (de opgehoogde nieuwe bedding). Ook wordt een "verlaeren” beek genoemd waarmee de bedijkte bovenbeek van de molen is bedoeld.

Van deze vroegere loop van de Grift is in 1963 nog een klein gedeelte over. Het watertje, dat dwars door Kerschoten loopt, en thans met een rechte loop boven de voormalige molenplaats in de Grift geleid wordt, kwam destijds in genoemde oude bedding uit en stroomde vervolgens beneden de molen in de Grift. We hebben daar dus te doen met een stukje van de oorspronkelijke Griftloop van voor 1610. De gemeente Apeldoorn heeft het terrein inmiddels aangekocht en de oude bedding van de Grift bestaat niet meer.

Er zijn verschillende problemen geweest, die voornamelijk met het opstuwen van het water en dus het “lammen” van het rad bij stroomopwaarts gelegen molen (de latere kopermolen de Vlijt) te maken hadden.

In een rekening over 1611/12 is er sprake van een molen om "seems, hennep en leder daerop te bereiden”. Het was dus geen volmolen.

In 1618 wordt gesproken over de "kip- en zeemmolen” van Bongart en Warners. De molen werd dus niet alleen gebruikt voor het bereiden van zeemleer, maar deed tevens dienst als "hennepklopper”. De kip- of hennepmolens, waarin de stengels der hennepplanten gebeukt of geklopt werden, werkten, evenals de oliemolens, met een wentelas en stampers.

De hennepklopperij, de vervaardiging van zeildoek en touw, stond in nauw verband met de belangrijke scheepvaart en visserij van die dagen, waarvoor veel zeil- en touwwerk benodigd was. Ook hier hebben we weer te maken met een bedrijf, dat zijn afnemers vond buiten de grenzen van onze gemeente.

In 1626 gaan Bongart en Warners uit elkaar en beginnen ieder voor eigen rekening met de zeembereiding.

In 1610 wordt er een aanvang met de zeemmolen gemaakt. In 1626 komt er een einde aan de samenwerking tussen Bongart en Warners maar de locatie wordt later nog intensief gebruikt.

Zie voor de locatie en verdere geschiedenis paragraaf 41 Het papiermolencomplex "de Stinkmolen” op de Grift te Noord-Apeldoorn