15 - 07 - 2020
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag49
GisterenGisteren74
Deze weekDeze week165
Deze maandDeze maand1263
Alle dagenAlle dagen33887
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index


11b De Monnikhuizerkoren- en oliemolens op de Grift te Apeldoorn (de Vlijt)

Geschiedenis van de molen

In de vorige paragraaf 11a zijn de de Monnikhuizerkoren- en oliemolens op de Grift te Apeldoorn bij de Christiaan Geurtsweg beschreven.
Dat zijn echter niet de enige Monnikhuizermolens in Apeldoorn. Enige tijd later zijn er ook nog molens bij de Vlijt, dus veel noordelijker in Apeldoorn, aan de Grift aangelegd.

De Monnikhuizermolens aan de Brinklaan (de latere Christiaan Geurtsweg) worden in 1434 door hertog Arnold voor 100 pond ’s jaars verpacht aan Johan Doys. Deze krijgt in hetzelfde jaar vergunning van de Apeldoornse mark om de beek (dat is de Grift) beneden de korenmolen af te leiden en van dijken te voorzien. Dit duidt op het stichten van een nieuwe molen die op de plek kwam te liggen, waar nu de koperpletterij "de Vlijt” staat.

Uit latere gegevens valt op te maken, dat het hier geen koren- maar een oliemolen betrof. Misschien heeft men toen de olieslagerij bij de korenmolen in het dorp hierheen verplaatst. Ook bestaat de mogelijkheid dat we te maken hebben met een tweede oliemolen. Het zal geen groot bedrijf zijn geweest, want in een getuigenverklaring uit de 17e eeuw lezen we, dat de Grift daar "doenmaels alleen een kleijn olymoeliken” dreef. Aan de oliemolen die dan al sinds lang verdwenen is, herinnert in 1641 nog de naam "olymoelse vlesse”.

Op de Veluwe noemde men vroeger een heideplas een "fles”, ook wel "vles” geschreven. We denken aan de Gerritsfles bij Radio Kootwijk en de Kraaiefles in het Willemsbos. Mogelijk is met de "olymoelse vlesse” de wijer van de vroegere oliemolen bedoeld.

Uit het voorafgaande blijkt duidelijk, dat de tegenwoordige Grift tussen de Christiaan Geurtsweg en de koperpletterij - thans in het centrum van de plaats grotendeels overkluisd niet meer de oorspronkelijke beekloop is maar de door Johan Doys in 1434 omgelegde bedding.

Hoe voor die tijd daar de loop van de Grift was, valt niet met zekerheid te zeggen. In 1440 heeft Steven Doys, de opvolger van Johan Doys, met toestemming van de hertog de erfpacht van het water en gemaal van de Apeldoornse koren- en oliemolens overgedaan aan het convent van Karthuizen monniken bij Arnhem. Hun klooster, dat in 1342 door Reinald II was gesticht, kreeg de naam “Monnikhuizen”.

De pachtoverdracht van de pas gelegde oliemolen moet in de overeenkomst zijn begrepen.

Het klooster Monnikhuizen koopt in 1493 van hertog Karel, die van 1492 - 1538 over Gelre het bewind voerde, de erfpacht van het gemaal te Apeldoorn af.
De hertog behield bij de verkoop voor zich en zijn nakomelingen het recht voor, dat, bij terugbetaling van de afkoopsom, de bovenvermelde erfpacht weer aan hem of zijn erven zou terugvallen. Tevens werd het convent door hertog Karel "erfflick ende ewelick quytgescholden ende gevryet” van een jaarlijkse tins van 15 oude groten voor "dat kempken landes bij die alye moell” (het kampje land bij de oliemolen).

Op grond van de verkoop van 1493 beschouwt het klooster Monnikhuizen zich voortaan als eigenaar van de molens op de Grift. Vandaar de naam “Monnikhuizermole”, zowel voor de koren- als voor de oliemolen (dit zijn dus de latere Christiaan Geurtsmolen en de molen op de Vlijt).

Bij de oliemolen van 1434 wordt, wanneer is niet bekend, een volmolen gelegd. Dit zal misschien al voor 1521 zijn geschied, want in dat jaar staat het klooster vermeld als bezitter van drie molens op de Grift te Apeldoorn Als korenmolenaar vinden we in 1526 Wichman Roloffs genoemd. Hij heeft 1 paard, 5 koeien en 6 varkens.
In 1572 doen de geuzen onder graaf Willem van den Berg een inval op de Veluwe.
De Karthuizer monniken verlaten in allerijl hun buiten Arnhem gelegen klooster en zoeken bescherming binnen de muren der stad. Bij die gelegenheid zullen vermoedelijk een aantal stukken over de Apeldoornse molens verloren zijn gegaan. Er wordt tenminste in 1606 navraag gedaan bij een kloosterbroeder in Huyssen (Huussen) naar mogelijk bewaard gebleven "brieven en pampieren” van Monnikhuizen. Het antwoord luidt: "sijns wetens gene, ja niet so veel, als hij in sijne ogen konde bergen”. Wel weet hij zich te herinneren, dat destijds de brieven, zegelen en andere geschriften in bundels waren verpakt, doch waar deze stukken later gebleven zijn, is hem onbekend.
Hoewel de troepen van graaf van den Berg al gauw weer uit Gelderland worden verdreven, keren de Karthuizers niet naar Monnikhuizen terug. Bij de afzwering van koning Philips II in 1581 vervallen de bezittingen van het klooster, dus ook de molens te Apeldoorn en Wenum, aan de Staten van Gelderland en komen namens deze onder toezicht van enige Veluwse gedeputeerden, die speciaal belast worden met het beheer over de voormalige "geestelijke goederen in Veluwen”.
Omstreeks die tijd moet de olie- en volmolen zijn verdwenen, want in alle kort na 1600 , bewaard gebleven stukken is alleen nog maar sprake van de plaats, waar de olie- en volmolen "plach” te staan op de Grift. Daarmede is dan een einde gekomen aan de geschiedenis van de Monnikhuizer oliemolen van 1434, die, zoals we zagen, stond op de plek waar nu de koperpletterij "de Vlijt” ligt.

Geografische positie en bereikbaarheid

De coordinaten van de locatie zijn N 52.223682 O 5.969127

GE DeVlijt

Op de kaart van Hardonk kaart is de molenlokatie met nr. 12 aangeduidt.

HA De Vlijt

Gedeelte van een verpondingskaart uit 1811 met een gedeelte van de loop van de Grift te Apeldoorn en de vroegere olie- en volmolen.

deel verpondingskaart 1811 Moerman

De vlijt 1880 kadaster

De vlijt 1880 kadaster

Ook een gemeentelijke stratenkaart laat de loop van de grift, Marialust en de molen goed zien.

kaart met loop en molen

Huidige situatie

Recent waren er nog enkele gebouwtjes en 2 grote molenstenen zogenaamde kollergang stenen over.
Momenteel zijn er plannen voor woningbouw in dit gebied.

Bouwgeschiedenis (evt. tijd en reden voor afbraak)

Er is veel industriele activiteit in dit gebied geweest maar de laatste activiteiten waren niet meer gerelateerd aan molens.
Sinds 1972 was hier de fabriek van Remeha die later naar de Marchantstraat is verplaatst.
Na de afbraak van het fabrieksgebouw is besloten tot woningbouw in dit gebied.

park marialust

Erfgoed ontwikkelings potentie

De oorspronkelijke molens in dit gebied behoorden tot de eersten in Apeldoorn.
Ze heetten net als de molen op het terrein van het vroegere Centraal Beheer gebouw de "Munnikhuizermolen" en waren dus ook eigendom van het klooster Monninkhuizen.
De Grift is hier waarschijnlijk verschillende keren vergraven en zelfs de Kayersbeek is uiteindelijk in dit gebied in de Grift uitgemondt.
Het verdient aanbeveling om de loop van de diverse beken en de vergravingen te onderzoeken.
Waarschijnlijk is er nog wel iets te vinden van de oude kopermolengeschiedenis, want ook bij de Wenumse watermolen zijn er recent nog koperbroden gevonden.

De aanwezigheid van koper kan echter ook wijzen op bodemverontreiniging.

Er zijn twee kollergang molenstenen gevonden bij de vroegere personeelsingang aan de Vlijtseweg en deze zijn er zeker al voor 1990 geplaatst.

Op de plek van Remeha is vroeger kopermolen De Vlijt geweest. Daarvoor in de 16de eeuw was er een oliemolen. Kollergang molenstenen werden bij oliemolens gebruikt voor het breken van zaden.Waar de stenen vandaan kwamen is niet bekend. Een oliemolen op die plek was er in de 16de eeuw maar de stenen hebben een inscriptie met het jaartal 1727.  Ze zijn inmiddels in 2020 opgeslagen op de gemeentewerf aan de Zanderijweg.

De stenen zouden een mooie plek in de nieuwbouwwijk kunnen krijgen om de herinnering aan de molen Der Vlijt levendig te houden.


Erfgoedstatus

Niet bekend.

Foto’s van oude en huidige situatie

Niet aanwezig