26 - 09 - 2020
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag34
GisterenGisteren47
Deze weekDeze week277
Deze maandDeze maand1452
Alle dagenAlle dagen38619
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index


11a De Monnikhuizerkoren- en oliemolens op de Grift te Apeldoorn (Christiaan Geurtsweg)

Geschiedenis van de molen

De Monnikhuizer molens hebben zowel op de Christiaan Geurtsweg als bij de Vlijt gestaan. We zullen ons in deze paragraaf beperken tot de molensituatie bij de Christiaan Geurtsweg.
De betreffende molens stonden op de plek waar later het Centraal Beheer complex van architect Herzberger terecht kwam. De Christiaan Geurtsweg is genoemd naar een der bekendste Apeldoornse molenaars uit de 19e eeuw en de molens zijn dan ook lang door hem gebruikt.
De beschrijving hieronder is vrij uitgebreid en komt uit bron nr. 2, het boek van Hardonk uit 1968 - “Koornmullenaers Pampiermaeckers en Coperslagers”.

De oudste melding van de korenmolen stamt uit 1335. De molen is dan een zogenaamde dwangmolen (verplichting tot malen bij alle ingezetenen) van graaf Reinald II.
In de jaren 1392/93 zijn er reparaties aan het maalwerk en molen. Het hout voor het werk wordt in de Soerensemark gekapt en ”holtsnidere” en ,,timmerlude” maken,”gancspillen” (aandrijfspillen) en ”scuffelen” (schoffels, schoepen van het waterrad). De dakbedekking ondergaat eveneens een grondig herstel. In Zutpen wordt een nieuwe molensteen gekocht “den steen an de IJsel te vueren en de te scepen in en uit. Daarnaast werd er ook het ,,gherwen” (billen of scherp maken) van de steen en de voeding der mensen, die ,,gherwden” genoemd.
Onder hertog Reinald IV in 1407 wordt de molen van de grond af opgetimmerd met twee raden.
In 1410 is de molen verpacht aan Willem Velthues, die ook al in 1407 genoemd werd.
In 1434 wordt de molen verpacht aan Johan Doys. Deze heeft in dat jaar de toenmalige bedding van de Grift tussen de Christiaan Geurtsweg en de koperpletterij bij de Vlijt omgelegd naar de latere bedding die tot de jaren 30 van de 20ste eeuw in gebruik was.

In 1440 heeft ene Steven Doys de koren- en oliemolens overgedaan aan het convent van Karthuizen monniken bij Arnhem. Hun klooster, dat in 1342 door Reinald II was gesticht, kreeg de naam “Monnikhuizen”. Het klooster Monnikhuizen koopt in 1493 de erfpacht af daarna krijgen de molens de naam Monnikhuizermolen.

In 1526 wordt Wichman Roloffs als de korenmolenaar genoemd. Hij heeft 1 paard, 5 koeien en 6 varkens.
In 1572 doen de geuzen onder graaf Willem van den Berg een inval op de Veluwe.
Bij de afzwering van koning Philips II in 1581 vervallen de bezittingen van het klooster, dus ook de molens te Apeldoorn en Wenum, aan de Staten van Gelderland en komen namens deze onder toezicht van enige Veluwse gedeputeerden, die speciaal belast worden met het beheer over de voormalige ,,geestelijke goederen in Veluwen”.

De historie van de Monnikhuizermolen, de waterkorenmolen in het dorp Apeldoorn, gaat nog eeuwenlang verder. Omstreeks 1600 is de mulder Henrick Jansz. pachter voor een jaarlijkse som van 160 gulden. Op 18 september 1602 vernemen we, dat er twee molenstenen zijn aangevraagd voor de korenwatermolen te Apeldoorn ,,aent Dorp gelegen”. De rentmeester mag de stenen kopen ,,ten naeuwsten prijse hem doenlick” en ook enige noodzakelijke reparaties aan de molen en het muldershuis doen uitvoeren. In het volgend jaar wordt vergunning verleend voor het vernieuwen van het waterrad, ,,’t welck ongeveerlick sal moegen kosten acht und twintich daeler”.
Hendrick Jansz is in 1608 nog steeds molenaar. Hij heeft dan, zonder voorkennis der heren, een nieuw rad laten vervaardigen door de timmerman Jacob Jacobsz. voor 43 gl. en 10 st. Men ziet het vergrijp door de vingers en de man wordt ,,nochtans voor dese reijse geaccordeert”. Ook later vinden we hem als pachter van de molen, want in de rentmeestersrekening over 1618/19 staat dat de korenmolen te Apeldoorn op 1 januari 1615 voor de tijd van 12 jaar verpacht is aan Henrick Janssen. De pacht is dan aanmerkelijk hoger geworden, terwijl de kosten van ,,nieuwercken” (vernieuwingen) en molenstenen ten laste komen van de mulder. In 1627 komen Gerrit en Warner Henrickx voor als molenaars. Dit zullen wel zoons zijn geweest van Henrick Janssen.

Twaalf jaar later (26 januari 1639) koopt Diderick van Stepraedt, heer tot Varick en Indorninck, eigenaar van het (Oude) Loo, voor een bedrag van 1000 gulden van de rekenkamer het recht op ’t halve water van de Grift, waarop de korenmolen lag. De molen bezat ,,dubbel werk” en bestond dus uit twee afzonderlijke maalbedrijven.
Pachter was de mulder Jan Gerrits. Van Stepraedt en de molenaar sluiten enige tijd later een contract, waarbij ze gezamenlijk eigenaar worden van water en molen. Diderick van Stepraedt was 16 oktober 1637 beleend met Het Loo en overleed 19 februari 1663.
In het verpondingsregister van het ambt Apeldoorn over 1648/49 lezen we, dat de ,,coornmolen tot Apeldoorn” door gedeputeerden van Veluwe het ,,laeste” verpacht is geweest aan Jan Gerritsen muller voor 140 gulden. Verder staat er ,,dus quam huys ende molen den Eijgenaar, uytgenomen ’t vlott werck, de Heren Gedeputeerden toekoemende”. Daarna volgt dan nog: ,,Deese molen is gedurende de pacht jaaren dico verkocht aan Didryck van Stepraedt en Jan Gerritsen muller die ’t selve op molstersaet laeten bedienen”. Het bovenstaande is niet helemaal duidelijk. De overheid verpacht de molen en moet dus bezitter zijn. Doch even later staat er, dat huis en molen ,,den Eijgenaer quam” met uitzondering van het vlotwerk, ,,de Heren Gedeputeerden toekoemende”. Wie wordt met die eigenaar bedoeld en waarom behoorde het vlotwerk aan gedeputeerden? Het is alles een beetje vreemd. In elk geval krijgen Van Stepraedt en Jan Gerritsen samen de molen in eigendom. Met Pasen 1658 pacht Jan Gerritsen het aandeel van Van Stepraedt voor 20 molder goede droge rogge en 25 molder boekweit. Bovendien geeft hij op St. Martini twee vette ganzen en tegen Pasen een vet varken van minstens 100 pond schoon aan de haak.
De molenaar heeft zich niet altijd aan het vereiste gewicht van 100 pond gehouden.
In de rekening van de rentmeester Eickel over 1660/61 lezen we dat het vette varken toen slechts 70 pond woog. Rentmeester Eickel laat dit niet over zijn kant gaan en tekent erbij aan: ,,so dat mijn dat behoort vergoedt te worden”.
Op 21 april 1676 verkopen Jan Gerritsen en Armgart Cornelissen Brinck, echtelieden, hun korenmolen aan Willem van Ulft, genaamd Doornick, heer van Indoornick, Laeckhuysen en Loo, voor 6000 carolus gulden + 8 rosenobels of 80 carolus gulden als een toegift voor de verkopers. Willem van Ulft was gehuwd met Johanna Maria van Stepraedt en door deze echtverbintenis eigenaar van Het (Oude) Loo geworden. Hij overleed 26 november 1678 en werd opgevolgd door zijn zoon Johan Carselis van Ulft, gen. Doornick. Deze verkocht op 27 november 1684 het Loo met bijbehorende bezittingen, dus ook de molens in Apeldoorn, aan stadhouder Willem III. Vandaar, dat de korenmolen later ook wel ,,Princemolen” werd genoemd.

 molensteen 1  molensteen 2
Molensteen van de Monninkhuizermolen Foto Henk Weltje Fragment van een molensteen van de Princemolen uit het jaar 1749 met het lelie symbool.dat staat voor de Franse afstamming van de Oranjes. Foto Henk Weltje


Willem III trok van het ,,molstersaet” drie vierendelen en wanneer voor geld werd gemalen, kreeg de pachter hiervan de helft.
In de Nassause Domeinrekening over 1688 lezen we, dat ,,Zijne Hoogheid moet genieten van het moutmalen de helfte ende wordt van ieder mudde gegeven twee stuyvers”. Jan Dirck (Jan Derckssen \Nijtteveen, Witteveen) is dan molenaar, hij was gehuwd met Elisabeth Steenbergen. De molens blijven tot 1795 in het bezit van het Oranjehuis, het beheer berust bij de Domeinraad. Deze verpacht in 1727 het woonhuis en getimmer voor 500 gl. aan de weduwe Derck Jansen Muller. Twintig jaar later (1747) zit Jan Derkx Witteveen op de molen. Hij is gehuwd met Jacoba Muller; het echtpaar bezit 5 kinderen, er zijn 2 knechts en 1 ,,meydt”. Op 3 april 1755 komt er een nieuw waterrad aan de ,,kleyne moole” op de korenmolen, die dan nog steeds gepacht is door Jan Derks Witteveen. Volgens het verbaal der lasten van de Hoge Heerlijkheid Het Loo over 1762/63 Iigt er een bruggetje over de beek bij de korenmolen. Berend Willems Ievert er hout voor. In 1790 vinden we Jan Witteveen als pachter. Het bedrijf bestaat uit een ,,roggemoole” en een ,,Boekweitermoole”.

In 1795 moet stadhouder Willem V naar Engeland uitwijken. De bezittingen van het Oranjehuis, met inbegrip der molens, worden door de Fransen in beslag genomen, die ze bij de vrede van Den Haag (mei 1795) aan de Bataafse republiek afstaan. Later (1807) komen ze als kroondomein aan koning Lodewijk Napoleon.
In 1798 lezen we, dat in de korenmolen, ,,onder de eene steen een doodbedde” wordt gemaakt. Dit was een ijzeren raam, waarop de onderste molensteen (ligger) rustte, en dat bevestigd was met drie stel bouten, die dienden voor het zuiver waterpas stellen van de ligger. De ruimte onder deze maatstoel, dus onder het doodbedde, heette ,,de hel”.
Op 18 augustus 1801 is de korenmolen te Apeldoorn voor twaalf jaar verpacht aan Jan Witteveen tegen 610 gulden per jaar. Deze pachtsom wordt 1 februari 1808 verminderd tot 550 gulden. In 1804 repareert men een brug over de onderbeek van de molen, terwijl dit gedurende hetzelfde jaar eveneens gebeurt met de brug over de bovenbeek van de korenmolen ,,boven het z.g. verlaat of waterlozing”.
De molen blijkt in 1815 nog steeds domeinbezit te zijn, nu weer onder het huis van Oranje, want in een transportbrief van 17 mei 1815 wordt gesproken over de ,,Koninklijke Domein Waterkorenmolen”.

In 1854 is echter het gehele molencomplex in particuliere handen. Een hypotheekinschrijving vermeldt: ,,1854 aan Christiaan Geurts en Jansje van Reissen geleend door Janna Evers te Terwolde de som van f 12.000, —. Hypotheek op Waterkorenmolen ,,Werklust” en een onlangs nieuw gestichte olie- en runmolen (aan de Brink te Apeldoorn) en een aan de zuidzijde der beek gelegen waterpapiermolen met woning daar”.
Christiaan Geurts, geboren 2 september 1818, is dan eigenaar van de verschillende molens daar ter plaatse, vandaar de naam ,,molen(s) van Geurts”.

christiaan geurts 101 510
Christiaan Geurts - Bron CODA



De herinnering aan deze destijds algemeen bekende molenaar, die tevens raadslid was, blijft voortleven in de Christiaan Geurtsweg. Hoogst eigenaardig is het, dat pas in 1854 voor het eerst weer eens melding wordt gemaakt van een oliemolen te Apeldoorn. Het blijft vreemd, dat we in een belangrijk dorp als Apeldoorn eeuwenlang niets over een dergelijk bedrijf horen.
In een advertentie in de Apeldoornse Courant van 25 oktober 1884 beveelt de molenaar C. Geurts zich aan voor het ,,slaan van oliezaad en beuken”.
advertentie

Ten tijde van Christiaan Geurts dreef het Griftwater overdag de raden van de koren- en oliemolen, terwijl de waterkracht gedurende de nacht benut werd voor het in beweging brengen van de hamers.
Wanneer de hamers door een defect plotseling stil stonden, werden de bewoners van de papiermolen onmiddellijk wakker, terwijl ze anders ondanks het lawaai der neervallende hamers rustig bleven doorslapen.

In 1935 was de papiermolen, die sinds 1879 als zodanig niet meer dienst deed, geheel verdwenen, terwijl gedurende het voorjaar van 1936 het restant van de koren- en oliemolen aan de slopers ten offer viel.



Geografische positie en bereikbaarheid

HA slop
Hardonk identificeerde de molen op de kaart met nr. 14.

GE korenmolen geurts
De geografische locatie van de voormalige molen is 52°12'35.25"N 5°57'34.94"O

Huidige situatie

Nadat de molen is afgebroken is er enige tijd niets meer met het gebied gedaan. In 1972 is er het Centraal Beheer gebouw van de architect Herzberger geplaatst. Na enkele uitbreidingen van dit gebouw is het onlangs leeg komen te staan.

Bouwgeschiedenis (evt. tijd en reden voor afbraak)

De molens zijn ca.1335 gebouwd als dwangmolen en in 1935 ten behoeve van rioleringswerkzaamheden afgebroken.
Ze zijn verschillende keren opnieuw opgebouwd en uitgebreid.
Na verloop van tijd waren er twee molens aanwezig nl. een koren- en een oliemolen. Naast de molens waren de woningen van de molenaars aanwezig.

Erfgoed ontwikkelings potentie

Het oude Centraal Beheer pand zal waarschijnlijk een nieuwe bestemming krijgen. In welke vorm dat zal zijn is anno 2019 nog niet goed bekend.
Om de herinnering aan de geschiedenis van de oude koren- en oliemolens hoog te houden is het aan te bevelen om de oude molenstenen van de Princemolen een herinneringsplek te geven.

Erfgoedstatus

Er zijn geen herinneringen ter plekke meer te vinden over de oude molengeschiedenis. De Grift is weliswaar weer bovengronds gekomen maar dat is op de andere zijde van de Prins Willem Alexanderlaan gebeurt.
Ook de Christiaan Geurtsweg ligt niet vlakbij de plek van de molen.
In het voormalige Centraal Beheer pand heeft enige tijd een vitrine bij de ingang gestaan met archeologische vondsten die tijdens de bouw van het gebouw zijn gedaan. De vitrine is helaas niet meer te vinden en de vondsten zullen waarschijnlijk in particuliere handen terecht gekomen zijn. Het betreft hier onder andere baardmanskruiken, scherven en metalen voorwerpen.

Foto’s van oude en huidige situatie

 P1050273  p8
Watermolencomplex op de Grift aan de Brink te Apeldoorn, gezien vanaf de Christiaan Geurtsweg.
Links op de afbeelding het voormalige papiermakershuis met de vroegere molen;
Aan de overzijde van de beek de beide molens van Christiaan Geurts, vooraan de oliemolen, daarachter het maalbedrijf.
Rechts staat het muldershuis.
Het water geheel rechts is de beek van het Slop.
Olieverfschilderijtje omstreeks 1890.
Het watermolencomplex van Christiaan Geurts aan de Grift te Apeldoorn ca. 1890.
Aan de rechterzijde van de Grift (op de afbeelding dus links) staat het woonhuis van de voormalige oliemolen.
Behorende bij de daarachter gelegen en slechts voor een klein gedeelte zichtbare korenmolen.
Geheel rechts bij de wagen en de kar het woonhuis van de mulder.

 

 h13  P1050272
Het molencomplex Geurts aan de Brink te Apeldoorn vanaf de bovenbeek.
Aan de linkerkant van de Grift de koren- en oliemolen, rechts de vroegere papiermolen met woonhuis.
Aan de beek de korenmolenaar Thomas Thomassen.
Reproduktie naar prentbriefkaart omstreeks 1900.
De Christiaan Geurtsmolen gezien vanaf de bovenbeek (ca. 1900?)

 

 chr. geurtsweg 03kl  centraal beheer
21 december 1934. De molen wordt afgebroken om ruimte te maken voor de rioleringswerkzaamheden in dit gebied. Inderdaad is pas sinds de 30-er jaren van de 20ste eeuw in Apeldoorn begonnen met het aanleggen van de riolering. Het gebouw van Centraal Beheer. Onder in beeld een kleine parkeergarage waar de molens oorspronkelijk waren gelegen.


Er zijn enkele andere molenplaatsen die hun geschiedenis aan de het klooster Monikhuizen te danken hebben gehad. Die zijn in de volgende paragrafen beschreven.

10_De Monnikhuizervolmolen op de Grift
11b_De Monnikhuizerkoren- en oliemolens op de Grift te Apeldoorn (de Vlijt)
15_De volmolen van Johan Evertsz. Cloppenburch op de Grift te Apeldoorn
42 De Verbrande Molen op de Grift
80_De kopermolen op de Grift te Apeldoorn