11 - 12 - 2017
Taal/ Language/ Langue /Sprache

In mei 2017 heeft de werkgroep Geologie en Landschap van de KNNV afdeling Epe Heerde een nieuwe activiteit gestart. In de traditie van Jaap Moerman wordt een ijzerertsoven, zoals in de vroege middeleeuwen op de veluwe gebruikt werd, opgebouwd. Daarvoor werden klapperstenen en leem geoogst, houtskool op maat gehakt, de oven gebouwd en het ijzer alvast geroosterd. Hier vindt u fimpjes van de activiteiten die tot nu toe zijn uitgevoerd.

De werkgroep Geologie en Landschap van KNNV Epe-Heerde heeft een project uitgevoerd met als doel ijzer te winnen uit klapperstenen. Dit op een manier die in de Middeleeuwen plaatsvond in de ruime omgeving van Apeldoorn en Epe. Over de verschillende fasen van het project zijn door Herman Snoek van De KNNV korte films gemaakt die hier te zien zijn.


IJzerwinning uit klapperstenen. Wat zijn klapperstenen


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 1. Zoeken en verzamelen van klapperstenen


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 2. Leem zoeken en winnen voor de bouw van de oven.


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 3. Materiaal klaarmaken voor de oven


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 4. Bouw van de oven


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 5. Stoken van de oven en het winnen van het ijzer


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 6. Ontmantelen van de oven en het winnen van ijzer.


IJzerwinning uit klapperstenen. Film 7. Verantwoording en deelnemers.



RTV Hattem heeft er ook een leuk filmpje over gemaakt en op youtube geplaatst.




In Uddel was vroeger een oude houtskoolbranderij. Die is inmiddels verdwenen maar in 1992 ben ik er nog eens met een camera naar toe gegaan.



Het archief van de Apeldoornse stadshistoricus Hardonk bevat veel interessant materiaal dat nooit gepubliceerd is. Hardonk heeft erg veel tijd aan onderzoek en verslaglegging besteed maar had helaas niet de tijd voor het schrijven van veel boeken.
Hieronder een verzameling van materiaal dat een mooie afspiegeling is van de vondsten over de ijzerwinning en productie in de vroege middeleeuwen in Apeldoorn en omgeving.
 

Apeldoorn, Juni 1956. R. Hardonk Stadsgeschiedschrijver.

Oudheidkundige vondsten in het Orderbos.

Iedereen weet, dat de Veluwe in het algemeen en de gemeente Apeldoorn in het bijzonder, sinds het begin der 17de eeuw een belangrijk centrum is geweest van de papierindustrie. Veel  minder bekend is het, dat hier al veel vroeger, van 800 – 1200 na Chr. en misschien al eerder, een bloeiende ijzerindustrie heeft bestaan. De overblijfselen hiervan zijn de zgn. ijzerkuilen, ontstaan door het graven naar erts, de sporen van oude nederzettingen en ijzerslakken.
In eenvoudige, van leem gebouwde oventjes, werden lagen houtskool en een ijzerhoudende grondstof tot een temperatuur van ongeveer 1200 0 C. verhit, waardoor aan die ijzerverbindingen de zuurstof werd onttrokken en zich een taaie klomp smeedijzer vormde..
Tevens ontstonden daarbij grote hoeveelheden gesmolten afval, de slakken. De naam smelterijen of smeltovens is onjuist, want het gevormde metaal was smeedijzer, dat bij die temperatuur niet smolt.. Gietijzer, dat wel in vloeibare vorm wordt gemaakt, heeft andere eigenschapen dan smeedijzer en dit gietijzer is in Europa eerst in de 15de eeuw gefabriceerd.
De naam ijzerkuilen komt vor op een kaart in de omgeving van Assel, getekend in 1630 en ijzerkuilen vinden we ook vermeld in een markeboek van de Ugchelse mark (1654). Deze kuilen vormen steeds lange rijen en lopen alle nagenoeg in de richting Z.O.-N.W. Ze komen o.a. voor in Berg&Bos, Willemsbos, bij Assel, in Dabbelo, Engelanderholt Spelderholt, Troelstraoord, aan de Krimweg, tussen Loenen en de Woeste Hoeve en bij de Imbos. Men heeft daar gegraven naar zgn. “klapperstenen”, bruingekleurde ijzerhoudende stenen (limoniet), plaatselijk vrij talrijk aanwezig tussen het grint en het zand van de Veluwse bodem en met dit materiaal van elders aangevoerd.
Er zijn hier in de omgeving gedurende de 9de tot de 13de eeuw verscheidene, thans geheel verdwenen nederzettingen geweest, waar de bewoners zich speciaal bezig hielden met het maken van smeedijzer, een toen zeer waardevol materiaal.
Uit de gevonden scherven aardewerk is af te leiden dat men daar niet langer dan tot omstreeks het begin van de 13de eeuw heeft gewerkt.
Sporen van deze woonplekken, waar de woningen, stallen, loodsen en ijzerovens hebben gestaan en van de daarbij behorende akkers, zijn o.a. aan te wijzen bij Assel, in het Ugchelse Bos, het Spelderholt, het deelerwoud en de Essop.
Meer of minder grote hoeveelheden ijzerslak zijn aanwezig in het Orderbos, bij Assel, Kootwijk, Ugchelse Bos, Spelderholt, Zilven, Woeste Hoeve, Essop en heuven. Buiten de Veluwe vinden we ijzerkuilen en slakken in en om Montferland, slakken in de omgeving van Lochem en nog een paar plaatsen in ons land, o.a. in Zuid-Limburg.

Van deze merkwaardige en zeer belangrijke industrie is nog maar zeer weinig bekend en allerlei problemen vragen om een oplossing. Zo weten we niet wanneer dit bedrijf hier is begonnen en er is tot nog toe nooit een gedeelte van de gebezigde oventjes ter plaatse aangetroffen.
Gelukkig kan men in de laatste jaren een verhoogde belangstelling vaststellen voor alles wat met de historie van het ijzer te maken heeft. Men ziet blijkbaar in, dat dit deel van de oudheidkunde der middeleeuwen schromelijk is verwaarloosd en men beseft ook, dat men zich moet haasten alles te registreren wat nog aanwezig is en te redden wat gevaar loopt te worden vernield.

De literatuur over dit onderwerp bestaat in ons land alleen uit studie over het voorkomen en de chemische samenstelling van ijzerslakken van 1858 en een artikel over ijzerkuilen van 1928. Dit laatste is geschreven door onze plaatsgenoot J.D. Moerman, die al sinds jaren bezig is met een uitgebreide studie over deze merkwaardige industrie en waarover binnenkort publicaties van zijn hand zullen verschijnen.
In de Scandinavische landen zijn een paar uitstekende proefschriften en andere studies aan die oude industrie gewijd en daar heeft men elke vondst van ijzerslak, ook waar het enkele brokken betreft, zorgvuldig beschreven en vastgelegd.
Ook in andere landen zijn goede publicaties over dit onderwerp verschenen. In 1955 is in Nancy een congres geweest over de historie van de ijzerindustrie en men heeft vragenlijsten gezonden, ook naar ons land, om allerlei gegevens te verzamelen, o.a. over het aantal en de grootte van de slakkenhopen. Bij de beantwoording van de vragen heeft J.D. Moerman speciaal de aandacht gevestigd op de prachtige slakkenhoop in het Orderbos.
In Amerika (Saugus, Massachusetts, New England) is een oude ijzermolen van 1648 als museum ingericht en heeft men 1½ millioen dollar voor de inrichting besteed.
Wanneer men de beschrijving van slakkenhopen in andere landen, zoals Duitsland of Denemarken leest, dan blijkt het dat de hoop in het Orderbos niet alleen de grootste en best bewaarde is van ons land, maar in grootte die van de genoemde landen ver overtreft. Zonder twijfel moet daar een belangrijke nederzetting voor het maken van smeedijzer zijn geweest. Daarop wijzen ook de talrijke resten van ijzerkuilen in de omgeving.
Het zegt weinig wanneer men vermeldt, dat deze hoop een doorsnede heeft van nagenoeg 20 m. en manshoog is. Men moet dit bergje zelf gezien hebben en daarbij dan bedenken, dat al dit materiaal in kleine ovens is gesmolten. De slakkenhoop geeft een duidelijk denkbeeld van de enorme massa erts, die hier is verwerkt en van de grote hoeveelheden smeedijzer, die er moet zijn gemaakt.
Toen de slakkenhoop met het omliggende terrein in de eerste helft van 1956 door de aanleg van sportveldengeheel verloren dreigde te gaan, is vanuit Apeldoorn nogmaals de aandacht der instanties op oudheidkundig gebied op het belang van dit terrein gevestigd.  Op 11 Mei 1956 brachten Dr. P.J.R. Modderman, conservator van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort en Ir. F.E. Wilmer, secr. Der Gelderse Archeologische Stichting te Arnhem, een bezoek aan de slakkenhoop en omgeving. Hierbij waren ook aanwezig de heren J.D. Moerman, lid der werk-commissie van de Geld. Arch. Ver., tevens correspondent van de Rijksd. Oudh. Bodemonderz., D. Bouman, directeur Dienst Landelijke Eigendommen en R. Hardonk, stadsgeschiedschrijver. Tijdens dit bezoek werd nogmaals de historische waarde van dit terrein onderstreept en op de noodzaak gewezen van een nauwlettend onderzoek gedurende de graafwerkzaamheden daar ter plaatse. Vanzelfsprekend werd dit toevertrouwd aan onze op dit gebied bij uitstek deskundige plaatsgenoot J.D. Moerman.
Gedurende de de eerste week van Juni werd in uitvoering door de Ned. Heide Mij. het bewuste terrein geheel omgezet, waarbij men grotendeels gebruik maaktre van een bulldozer. Hierbij was ook meestal de heer Moerman aanwezig, die vaak zelf op plekken die mogelijke vondsten beloofden, de spade hanteerde. Bijzondere grote medewerking verleenden de employés der Ned. Heide Mij.: Wolffensperger, Pannekoek en Mulder en de bestuurder van de graafmachine, hetgeen ten zeerste op prijs moet worden gesteld.
Bovengenoemde personen bewaarden niet alleen alles wat van belang kon zijn maar waren, wanneer iets aardigs voor den dag kwam, daarover al even enthousiast als de heer Moerman en de stadsgeschiedschrijver.
Had het aanvankelijk geleken, dat het terrein behalve wat scherven aardewerk niet veel aan vondsten zou opleveren, dit veranderde op Dinsdag 5 Juni. Reeds waren scherven van kogelpotten en Pingsdorf aardewerk gevonden,

Toen tot grote verrassing op circa 65 m. O.Z.O. van de slakkenhoop twee stukken van een bijna complete bovenste schrijf van een handmolen tevoorschijn kwamen met het gat voor de spil er nog in.
Een dergelijke handmolen of queerne voor het malen van graan bestond uit een tweetal schijven van basaltlava, waarvan de onderste schijf met spil vastzat en de bovenste om de spil van de benedenschijf draaide.
De gevonden grote schijf met het gat voor de spil was, zoals gezegd, in tweeën gebroken. Niet ver van deze vindplaats werden nog meer stukken van maalstenen opgegraven, ook weer een met gat. Een glad uitgeslepen plek dicht bij de rand van een tweetal brokken duidde erop, dat daar de bovenschijf met behulp van een stok in beweging was gebracht.
Uit een kuil gevuld met zeer vette grond en houtskoolresten, in dezelfde omgeving, kwam een zeer unieke vondst te voorschijn, namelijk een ijzeren sikkel of heetmes van 40 cm. Lengte, vervaardigt uit hier ter plaatse in oventjes verkregen ijzer. Daar tot nu toe van deze oude ijzerindustrie op de Veluwe in totaal slechts 3 ijzeren voorwerpen zijn gevonden, is deze laatste vondst wel heel belangrijk.
Verder moet nog vermeld worden het vinden van een aantal paardekiezen, een zevental randscherven van kogelpotten en een keienvloertje van 60 cm. Doorsnede, waarvan sommige keien bijgewerkt waren. Over het gehele terrein lagen brokken ijzerslag verspreid.
Het onderzoek, dat nu is afgesloten, leverde meer dan 70 scherven aardewerk op. Behalve de reeds eerder genoemde scherven van kogelpotten (inheems vaatwerk circa 8ste – 13de eeuw) en Pingsdorf (geïmporteerd aardewerk circa 900 – 1200 na Chr.) werden ook enige scherven Karolingisch aardewerk met radstempel versiering gevonden (800-900). Dit wijst erop dat men daar ter plaatse van circa 800-1200 heeft gewoond, en ijzer heeft vervaardigd.
Na die tijd, dus later dan 1200, werd dit terrein tot bouwland gemaakt, waardoor de bovenste laag uit culkuurgrond van liefst 50 a 60 cm. Dikte kwam bestaan, die donkergrijs is gekleurd door bemesting met heiplaggen. Al wat in deze bovenste laag heeft gezeten is uit de aard der zaak in de loop der eeuwen verdwenen. Bijna al de vondsten zijn dan ook gedaan in grond, die beneden de bouwvore lag, vooral in afvalkuilen, die sedertdien ongerept zijn gebleven.
De voor West-Europa unieke ijzerslakkenhoop zal helaas voor een groot deel verdwijnen. Het gedeelte, dat in een wegtracee komt te liggen, zal t.z.t. verplaatst worden naar een nabijgelegen driehoekig “eiland” te midden van een paar wegen. Een tweede deel komt onder de begroeiing van de wegberm, terwijl de rest overdekt wordt door een wal om een sportveld. De in het terrein gevonden voorwerpen zullen in de toekomst een plaats krijgen in het gemeentemuseum, hetgeen voor een zeer groot deel te danken is aan het werk van de heer Moerman.
Het is verbijsterend, dat de interessante en zeldzame vondsten van deze oude Apeldoornse ijzerindustrie voor onze gemeente bewaard konden blijven.

Apeldoorn, Juni 1956.
R. Hardonk
Stadsgeschiedschrijver.


Hieronder een aantal kaarten en foto's uit het archief van Hardonk die te maken hebben met het onderzoek van Moerman en Hardonk over de ijzerindustrie.

h01De omgeving van de bouwhoeve Assel in 1630 met bij ieder van de beide kruisjes een rij ijzerkuilen. De kuilen links komen voor op de foto van de ijzerkuilen in Dalkenschoten.

h02Reproduktie van een gedeelte van een kaart door Nicolaas van Geelkercken, vervaardigd in 1630.

h03
Drie door de bodembegroeiing lichter aftekenende ijzerkuilen in Dalkenschoten ten Westen van de bouwhoeven Assel.
De kuilen zijn naar het noorden gezien. Tussen de kuilen 1 en 2, en 2 en 3 zijn de gootvormige karrensporen van de oude Hessen duidelijk te zien.
In het terrein tekenen zich nog een zevental sporen van deze oude weg af. Op de achtergrond in het midden Hoog Soeren; foto politiefotograaf  J. Muda; 14 juni 1956.

h04
Dezelfde ijzerkuilen in Dalkenschoten met karresporen van de oude Hessenweg tussen de kuilen 1 en 2, 2 en 3, 3 en 4; richting naar het noord-westen. Het gebogen spoor rechts is van recente datum.Foto politiefotograaf J. Muda, 14 juni 1956.

h05
Dezelfde ijzerkuilen in Dalkenschoten, gezien naar het zuiden. Bij de derde kuil de tegenwoordige z.g. Hessenweg.
Rechts loopt een tweede rij ijzerkuilen. De foto’s van de ijzerkuilen en slakkenhoop zijn tot stand gekomen in samenwerking met politie en brandweer; 14 juni 1956.

h06De bouwhoeve Assel omstreeks 1950. Deze boerderij met omgeving is het eigenlijke oude Assel, dat in 815 al genoemd wordt en waaraan later de onjuiste benaming Haslo is gegeven. Foto R. Hardonk

h07
Onderzoek slakkenhoop bij bouwhoeve Assel door J.D. Moerman 1948.Overblijfsel van een koolkuil waarin houtskool werd bewaard.
Een dergelijke ondergrondse meiler is in ons land nog niet eerder aangetroffen.
Foto R. Hardonk, 7 september 1948.

h08Onderzoek slakkenhoop bij bouwhoeve Assel door J.D. Moerman 1948.
Overzicht van de opgegraven slakkenhoop.
Foto R. Hardonk, 7 september 1948.

h09
Onderzoek slakkenhoop bij bouwhoeve Assel door J.D. Moerman (1948)
Restant van een door omploeging grotendeels vernield oventje.
Foto R. Hardonk, 7 september 1948.


h10
Gedeelte uit het verbaal van 1 april 1751 bover de vaststelling der limieten van de Hoge Heerlijkheid Het Loo, waarin de ijzerkuilen langs het Dabbelosepad vermeld worden. Tevens is in het verbaal sprake van een oude markpol aan het einde van genoemde ijzerkuilen, waarop een nieiwe pol zal worden opgeworpen "om daar op een paal te setten". Landdagsrecessen inv. nr. 39, Rijksarchief in Gelderland.
Zie ook de volgende foto.

h11
Rij ijzerkuilen langs het Dabbelosepad (eerste gedeelte van het fietspad van Hoenderloo naar Hoog Buurlo). Foto is genomen in noordelijke richting vanaf het fietspad naar Harskamp aan de ingang van het schieterrein bij het onveilige bsignaal. De kuilen liggen tussen de bosrand en het Dabbelosepad en zijn dezelfde, die in het voorafgaande verhaal van 1751 genoemd worden. Aan het eind van de rij kuilen ligt de hierna afgebeelde grenspol.
Foto R. Hardonk, 12 april 1953.


h12
Grenspol of grensheuvel a.d. westzijde van het Dabbelosepad. Deze grenspol, die genoemd wordt in het verbaal van 1 april 1751 over de limieten der Hoge Heerlijkheid Het Loo, gaf de scheiding aan tussen de vroegere marken van Harskamp en Ugchelen.
Foto R. Hardonk, 12 april 1953.


h13
IJzerslakkenhoop op de tra langs het Ugchelsebos ten noord-oosten van het fietspad van Hoog Buurlo naar Hoenderloo.
De ligging van de slakkenhoop is door stukjes witkarton aangegeven;bij het karton links enkele ijzerslakken.
Foto R. Hardonk 1953


h14
Gedeelte van een pot van Pingsdorf aardewerk en overblijfsel van een spintsteentje of spinklosje, vindplaats slakkenhoop tra Ugchelsebos.
Foto R. Hardonk.


h15
Links stuk basaltlava; rechts 3 scherfjes grof inlands aardewerk en bodem van een pot van Merovingisch vaatwerk (700-800), gevonden op verschillende plaatsen van de tra Ugchelsebos.
Bruikleen gemeentemuseum Apeldoorn, Foto R. Hardonk.


h16
Foto genomen vanaf het Rauwenhul in de richting Asselseweg. Links van de weg het Kroondomein, rechts het Orderbos.
Op het Rauwenhul lag een grenspol, waar de grenzen der marken van Assel, Orden en Ugchelen samen kwamen.
Rechts op de foto enkele ijzerkuilen, die zich via het diepoe gedeelte van het pad voortzetten in de richting van het Kroondomein.
Opname R. Hardonk, 16 augustus 1953.


h17
Zeer grote ijzerkuil in het Orderbos ten noord-oosten van het Rauwenhul.
Foto R. Hardonk, 29 juli 1953.

h18
Grenspol op het Rauwenhul (grens Kroondomein, Order- en Willemsbos). Op dit punt kwamen de marken van Assel, Orden en Ugchelen bij elkaar.
Bij het Rauwenhul lag een bezinkingsput van de waterleiding van Assel naar Het Loo; op de voorgrond zijn nog enkele bakstenen van deze put te zien.
Foto R. Hardonk, 5 april 1953.


h19
Ijzerkuilen bij de Reeheuvel in Berg en Bos
Foto R. Hardonk ca. 1940

h19 1
Fossiel ammoniet. De eigenlijke ammoniet is geheel vervangen door de ijzerverbindingen van een klappersteen.
Vindplaats zandgat bij Heidehof Ugchelen.
Foto politiefotograaf J. Muda.


h19 2
De begroeide grote slakkenhoop in het Orderbos (de grootste van ons land).
Het terrein er omheen is grotendeels omgezet voor de aanleg van sportvelden.
Foto politiefotograaf, 4 juni 1956.


h19 3
De grote ijzerslakkenhoop in het Orderbos tekent zich als een lichte plek af tegen het omringende donkere loodkleurige zand. Opname 14 juni 1956.


h19 4
Staande boven op de tankwagen van de Apeldoornse brandweer maakt de politiefotograaf Adema opnamen van de grote ijzerslakkenhoop in het Orderbos.
Foto R. Hardonk, juni 1956.


h20
Reeds vroeger gegraven kuil in de grote slakkenhoop in het Orderbos.
In de kuil een aantal ijzerslakken. Misschien is hier destijds slak gegraven voor wegverharding.
Foto 4 juni 1956.


h21
Gat gegraven in de grote slakkenhoop in het Orderbos tot op de vaste bodem.
De dikte van de slakkenhoop bedraagt ca. 1.20 m, terwijl de doorsnede nagenoeg 20 m is.
Deze cijfers geven enigszins een beeld van de enorme massa erts, die hier is verwerkt en van de geweldige hoeveelheid smeedijzer, die toen moet zijn verkregen.


h22
Sikkel of heetmes. Vindplaats: ca. 70 m. o.z.o. van de grote slakkenhoop in het Orderbos op 1 m. beneden het maaiveld; juni 1956.
Gemeentemuseum Apeldoorn.

h23
IJzerslak afkomstig van de grote slakkenhoop in het Orderbos.
Vlakke bovenkant van een slak met de typische wormvormige lobben.
De slak is naar links gevloeid.


h24

Brokstukken van oventjes, gevonden in een slakkenhoop tegenover de voormalige boswachterswoning van Verra in het Orderbos.


h25
IJzerslak gevormd vlak voor het slakkengat van de oven. De holte zou een afdruk kunnen zijn van het uitsteeksel van een plqatte steen, die als bodem heeft gediend voor het slakkengat. Foto politiefotograaf J. Muda.

h26
Dezelfde ijzerslak (bovenkant)
Foto politiefotograaf J. Muda.


h27
Brokstukken van oventjes, gevonden in een slakkenhoop tegenover de voormalige boswachterswoning van Verra in het Orderbos.