28 - 09 - 2022
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag109
GisterenGisteren147
Deze weekDeze week408
Deze maandDeze maand3002
Alle dagenAlle dagen115088
Taal/ Language/ Langue /Sprache

1945 ----- 17 april dinsdag.

bevrijd

 

Ik werd erop attent gemaakt dat er een film bestond over de bevrijding en de gebeurtenissen daarna. Het opbrengen van collabarateurs en de feesten die er de tijd erna plaatsvonden. We zien veel bevrijders en Apeldoorners die van de vrede genieten. Het is aan te bevelen om de film in de gegeven grootte te bekijken omdat er helaas anders ongewenst commentaar te zien kan zijn in de You Tube mode. Het is weliswaar gemeld maar toch..

 
 
 
N.B. De pensionhouder van Eljo-Zamy, die door Houtum in zijn dagboek zwaar werd aangevallen is in 1947 vrijgesproken. Zijn vrouw en zoon werden wel veroordeeld.
 
Toevoeging door Jolande van Gorssel, kleindochter van de hotelhouder van Eljo-Zamy, namens de nakomelingen:

“Wij hebben als nakomelingen van de beheerders van pension Eljo-Zamy alles wat in het dagboek van de heer van Houtum over onze familie geschreven is in vele archieven nagezocht, maar hebben geen enkel bewijs gevonden voor zijn aantijgingen. Onze grootouders waren toegewijde christenen, die hun leven in dienst stelden van hun medemens. Hun huis stond altijd open voor iedereen die in nood verkeerde. Al in 1942 hebben zij in samenwerking met de Apeldoornse verzetsorganisatie van hoofdagent Hendrik Ouwejan vele levens gered door mensen op het landgoed een schuilplaats te bieden die voor de Nazi’s op de vlucht waren. Hierdoor brachten ze de levens van zichzelf en hun kinderen in gevaar. Met dit geweldloos verzet tegen de onderdrukkers brachten zij hun christelijk geloof in de praktijk.
Mijn grootouders hebben geen verraad gepleegd, maar zijn verraden uit broodnijd. Zo schrijft Willem in zijn dagboek op 17 juli 1943: “De bonnenleverancier verschijnt gelukkig niet. Maar zij (SD) arresteren wel een jood die bij het pension een onderkomen wilde zoeken.” Uit archiefstukken blijkt dat de bonnenleverancier wél gearresteerd werd en in ruil voor vrijheid onderduikers verraadde waarvan mijn oma later beschuldigd werd! Het was Willem van Houtum zelf die mijn familie 17 april 1945, de dag van de bevrijding, bij de Canadezen aangaf als collaborateurs. Daarna worden ze door de BS met stenguns uit hun huis gesleurd en opgesloten. Diezelfde avond worden ze en plein public kaalgeschoren, krijgen met teer een hakenkruis op het kale hoofd geschilderd en moeten ze een vernederende tocht door het dorp maken waarbij ze bespuugt, geschopt en geslagen worden door de dorpsgenoten. Zijn broer Jaap van Houtum diende 24 dagen later, als commandant van de BS een vage aanklacht in tegen mijn familie. Hierin werd hij bijgestaan door een bekende schrijver die een held wilde maken van Johannes Post en mijn grootmoeder in het naoorlogse blad Ons Vrije Nederland beschuldigde van verraad van Johannes na de inval. Maar het was dus de bonnenleverancier en niet Johannes Post. Mijn grootouders hebben jarenlang in kampen opgesloten gezeten met mensonterende regiems en raakten alles kwijt waardoor ze geen advocaat konden betalen. Pas na 4 jaar kwam er gerechtigheid, overigens duurde het toch nog 4 jaar na de rehabilitatie voordat ze weer een normaal bestaan konden opbouwen. Hoe kon dit alles gebeuren?”

Kleindochter Jolande van Gorssel heeft hier na 15 jaar onderzoek een boek over geschreven, met de titel ‘Een splinter in de Ziel’ (uitgeverij Aspekt, 2021)

Toevoeging dagboek Coda

 
 
Hieronder een gedeelte van de beschrijving waar het om gaat en waarin van Houtum onterecht de beheerder van Eljo-Zamy beschuldigde.
 


HARDONK. Prachtige zonnige dag. Al vroeg uit de schuilkelder en stilletjes het gangetje overgestoken om te zien hoe mijn huis er vannacht is afgekomen. Behalve enkele salvo's artillerievuur was de nacht tamelijk rustig verlopen. Tussen vier en vijf uur was er wat geschiet in de straten. Daarna werd alles volkomen stil.
Het loopt inmiddels tegen half zes in de ochtend. Plotseling komt iemand de Korenstraat uit, lustig fluitend "In naam van oranje, doe open de poort". Vreemd aandoend klinkt het lied door de stille straat! Dan hoor ik een overbuurman roepen: "Apeldoorn is bevrijd". Tegelijk klinkt een waarschuwing "Nog geen vlaggen uit de Duitsers zijn nog niet overal weg". Je wist niet of je droomde of waakte. Maar spoedig drong de werkelijkheid tot je door. Voorafgegaan door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten verschenen de eerste Canadezen. Direct elkaar gelukwensen, blijde gezichten. Enige tijd later zag je overal de driekleur verschijnen. Wat een fijn iets weer de vlag te kunnen uitsteken. Deze had die bij mij al maandenlang klaargelegen. Plechtig werd de vlag op het Raadhuis gehesen gevolgd door het zingen van het Wilhelmus.
Er was een enorme drukte op straat. Burgemeester Quarles van Ufford was weer terug. Hij werd voor mijn huis uit de auto gehaald en op de schouders gehesen. Toen kwam langzamerhand de eerste gevangen landverraders langs, handen boven het hoofd en sommigen in looppas. Onder gejoel van de samengepakte menigte werden ze naar het politiebureau gebracht. Daarna werden de "moffengrieten" opgespoord. Deze moesten door een haag van joelende en tierende mensen eveneens daarheen.
Inmiddels hadden de Canadezen twee noodbruggen over het kanaal gelegd en spoedig verscheen het eigenlijke Canadese leger, pantserwagens, tanks en vrachtwagens. Hoe geheel anders dan de op houtgas lopende oude Duitse wagens of de tot vervelens toe passerende ouderwetse paardenkarretjes. En welk een geheel andere indruk maakten de troepen zelf, vrolijke kerels, niet de lawaaiige en pedante op commando brullende Duitsers! Tegen zo'n leger kon inderdaad een Hitler niet op. In snelle achtervolging werd de vijand uit Barneveld verjaagd. Vanmiddag was er bij Hoog Buurlo nog wat weerstand van fanatieke jonge Hitlerianen. Daarbij moesten zelfs vlammenwerpers te pas komen om ze uit de langs de wegen gegraven gaten te verdrijven. Wat een blijde stemming in de plaats! Overal worden de Canadezen door de juichende menigte begroet of de NSB-ers en grieten uitgejouwd. Sommigen werden kaalgeschoren of het haar in de vorm van een hakenkruis geknipt. Vanavond dankdiensten in alle kerken. Ik ben naar de Grote Kerk bij dominee Karres geweest. De dienst was zeer druk bezocht. De tekst was Psalm 126 vers 1. Gezongen werden Gezang 302 vers 1.2.3, Gezang 304 en gezang 301. 1.6 en 14 (ons Wilhelmus). De collecte was voor het herstel van de beschadigde Julianakerk.

VAN HOUTUM. Ik ga om half één gekleed slapen. De overige huisgenoten blijven nog een uur in de kelder.
Ze gaan tenslotte weer op het kantoor slapen. Om vier uur is er een zeer intensief granaatvuur. Het duurt kort. Dit blijkt later de grootste schade in onze buurtschap te hebben aangericht. Mijn familie loopt ’s nachts nog wel eens van het kantoor naar de kelder. Alles loopt gelukkig goed af. 's Morgens heerst een verdachte stilte. Het is niemand duidelijk hoe de situatie precies is. In onze omgeving zijn nog alleen Duitse patrouilles.
Ze plunderen overal en maken mensen onder bedreiging van revolvers brood en fietsen afhandig. Van de fabriek is niets beschadigd. In onze Sprengen zijn veel granaten gevallen. Eikenbomen tot 40 centimeter dikte liggen tegen de grond. Daarnaast zijn vele andere bomen beschadigd. In de wei van Melissen ligt een dood veulen. Het is door een scherf getroffen. Het dier wordt later geslacht. Bij pension Eljo-Zamy en drie omliggende huizen is grote ravage. Het glas wordt er met de bezem opgeveegd. Dakpannen liggen op de grond. Eén huis heeft een voltreffer. De bewoners hebben de hele nacht in een dekkingsgat doorgebracht.
Dat gat lag niet ver van enkele stapels door de Duitsers achtergelaten munitie. In het nabij zijnde dennenbos zijn ook veel granaten ingeslagen. De beheerder van het pension Eljo-Zamy probeert zich intussen als een goed vaderlander voor te doen. Overal in hun omgeving ligt munitie waaronder landmijnen. De kisten zijn door dennentakken gecamoufleerd. Mijn broer is 's nachts met vrouw en kind 300 meter verder naar de boswachter Van Mourik gevlucht [Mettaweg 44?]) terwijl  granaatsplinters tegen zijn huis ketsten en enkele ruiten vernielden. In Ugchelen is de schade op twee punten nog groter. Eén kilometer van de fabriek zijn een groot aantal treffers. Onze kruidenier K. Van Baak [Ugchelseweg 151] heeft wel de grootste schade.
Zijn woning met winkel kreeg gisterenmiddag al een voltreffer in de bijkeuken. De winkel werd vannacht totaal verwoest. Vier omliggende huizen hebben ernstige schade en vele andere licht. Eén kilometer verder (evenmin bij een kruispunt of ander doel) zijn ook veel granaten gevallen. Onze schoenmaker heeft er de ergste schade. In Ugchelen zijn gelukkig geen mensen gedood of gewond. Luchtbescherming en brandweer roepen de leden op om de getroffenen te helpen. Ik moet op een huis pannen leggen. De Duitsers beginnen intussen in westelijke richting weer met kanonnen te schieten. Daardoor moeten wij het werk staken. Wij horen in richting Apeldoorn (hoogstens 2 1/2 kilometer verder) enige ontploffingen. Daarna stijgen zwarte rookwolken op. Ik vind later bij ons woonhuis nog vrij grote scherven.
Intussen komen de eerste burgers uit Apeldoorn. Zij allen zeggen dat wij bevrijd zijn. Geen van ons heeft nog een Canadees gezien. Tankcolonnes trokken 's morgens al om 5.30 uur door Apeldoorn. De Ondergrondse verspreidde overal oranje krantjes met de afbeelding van de Koningin en de vijftien verzen van het Wilhelmus. In Apeldoorn is al grote feestvreugde. Politie en verzetsgroepen zijn druk bezig Duitsers, NSB-ers en andere verraders te arresteren. Tot hen behoren de Ortskommandant, een Duits generaal en burgemeester Pont. De echte burgervader Quarles van Ufford wordt juichend binnengehaald. Hij wordt op de schouders van enkele jongelui het stadhuis binnengedragen. NSB-ers worden op een kleinerende wijze naar de diverse gebouwen gebracht. Daar blijven zij gevangen. Grote tanks zoals wij ons niet kunnen voorstellen staan op de Jachtlaan en Eendrachtstraat geparkeerd. Oom Gerrit gaat hierdoor lopend naar Apeldoorn. Beekbergen is ook al bevrijd. Om tien uur komt een dertigtal Duitsers met drie stukken antitankgeschut lopend in richting Apeldoorn voorbij. Zij zijn van handgranaten en pantservuisten voorzien.
De telefoon is weer in orde. Er wordt ons telefonisch gevraagd waar bij ons in de omgeving kanonnen staan opgesteld. Wij geven een positie op. Er bevinden zich nog bovendien veel Duitsers op de Ugchelseberg. Zij beschikken ook over kanonnen (zaterdag aangevoerd).
Ik kan om 11.45 uur weer bij T. Breller [Hoenderloseweg] naar de radio luisteren. Het toestel staat in zijn schuilkelder. Later luister ik nog weer naar Radio Oranje (1 uur). Terwijl ik daarna naar huis loop wijzen omwonenden me erop dat tanks in aantocht zijn. Het geratel is duidelijk vanuit richting Beekbergen te horen.
Wij staan nog even te praten tot één van ons tussen de bomen door vier tanks over de Keienbergweg ziet rijden. We lopen allen naar de Hoenderloseweg. Iedereen komt het huis uit om de eerste tank het kruispunt (Viersprong) te zien passeren. Er verschijnt echter niets.
We wachten nog een aantal minuten totdat een tank vanuit Apeldoorn nadert en hollen er naar toe. Enkele burgers zijn bang en keren weer terug. Tenslotte gaat iedereen er toch naar toe. Op de Keienbergweg staan vier tanks en op de Brouwersmolenweg nog veel meer. Het zijn huizenhoge gevaarten. Zoiets hadden wij ons nooit voorgesteld. Bij het zien van deze stalen kolossen kunnen we ons niet ten volle realiseren dat we bevrijd zijn. In tegendeel. Bij ons allemaal welt een gevoel op alsof we moeten huilen. Er is zelfbeheersing nodig om dit te voorkomen. Dit gevoel keert voortdurend terug wanner wij nieuwe tanks zien voorbijkomen.
Lange kanonlopen steken uit de koepels van deze tanks. De soldaten delen enkele sigaretten uit. Echter niet veel. Onder hen bevindt zich een Apeldoorner. Hij is enige jaren geleden naar Engeland ontsnapt. Zij geven twee koperen hulzen (9,8 centimeter) aan de bevolking als herinnering. Motoren rijden door de menigte die uit enthousiasme de hele weg verspert. Alle soldaten zijn zwartig door het stof van de weg. Een eerste tank rijdt daarna in de richting van onze fabriek. Eerst volgen die van de Keienbergweg en later die van de Brouwersmolenweg. De bevrijders worden overal luid toegejuicht. Ieder zwaait zoals hij kan. De meeste met de zakdoek. De bemanning antwoordt met de V-groet. Intussen loop ik mee naar de fabriek. De tanks houden nog even stil. Voor het hek sla ik nog een keer de grote gevaarten gade. De kanonnen en de mitrailleurs blijven op de fabriek gericht. Ook als de weg een flauwe bocht maakt. Plotseling hoor ik mijn naam roepen. Burgers doen het niet. Ik begrijp er niets van totdat één van de soldaten van een gevechtswagen (ook wel Brenguncarriers genoemd) naar mij zwaait. Het is Tijs de Hartog, een Arnhemmer die nog een maand in Ugchelen was geëvacueerd. Hij wist in oktober naar bevrijd gebied te ontkomen. Ik moet zijn moeder (vindt als evacué bij familie Melissen  onderdak) waarschuwen. Hij zal bij de fabriek blijven.
Zijn moeder is zeer ontroerd als ik haar dit vertel. Alle overige huisgenoten hollen naar de Hoenderloseweg.
De ontmoeting van moeder en zoon is onbeschrijflijk. Er is ook een tweede Arnhemmer in Canadees uniform bij. Beiden hebben 'Nederland Stoottroepen' op de mouw staan.
De tanks die enige honderden meters de Hoenderloseweg zijn opgereden keren al spoedig terug. Ze draaien de Van Golsteinlaan (grintweg) in. Een deel rijdt de Wezenweg over om het bouwland van Melissen te bereiken. Achter hen volgen gevechtswagens (alle op rupswielen). Het doel is niet duidelijk. Steeds meer burgers stromen toe. Daaronder patiënten uit het nabij zijnde sanatorium Caesarea. Velen knopen gesprekken aan met de Geallieerde soldaten. Men spreekt onbewust meer Duits dan Engels. De beruchte beheerder van pension Eljo-Zamy is ook van de partij en scheldt zo veel mogelijk als hij kan op de moffen.
Die zouden bij hem een paard met wagen hebben gestolen. Twee moffenmeiden dragen grote oranjelinten.
Eén van hen geeft de soldaten water. Ik geef één meid een klap in het gezicht en stel de soldaten van de situatie op de hoogte. Haar vader klaagt later bij de politie of ik daartoe wel was gerechtigd. Hij krijgt een passend antwoord en vertrekt zwijgend. Intussen komt de eerste gevangen Duitser aan. Hij loopt met de handen omhoog. Wat een prachtig gezicht is dat. De vrouw van de beruchte pensionhouder zegt dat hij een Fransman, zogenaamd uit Elzas-Lotharingen is. Hij moest bij het Duitse leger dienen. Dat zal wel! De mof wordt in een tank meegenomen. Oom Gerrit is intussen uit Apeldoorn terug, echter op de fiets. Hij reed op de  Brouwersmolenweg (ongeveer één uur) toen de tanks er een haard van verzet met vlammenwerpers opruimden. Daardoor werd een huis totaal verwoest. Het  omliggende bos en struikgewas staat nog in brand.
Het is in Apeldoorn groot feest. Overal hangen al vlaggen. Na een kwartier keren alle tanks weer uit de Wezenweg terug en rijden de Van Golsteinlaan verder op. Terwijl dit gebeurt, vormt zich een colonne met voorop tanks en daarachter de gevechtswagens met de stoottroepen. Andere colonnes sluiten hierop aan.
Deze stonden al lange tijd voor de fabriek geparkeerd. Hiertoe behoren gevechtswagens, amfibietanks, ducks en jeeps. Daartussen bevinden zich weer tanks van zwaar en middelzwaar type en lichte tanks met vlammenwerpers (vrij groot aantal). Deze laatste zijn aan het reservoir te herkennen. Intussen cirkelt een verkenningsvliegtuig laag rond. Mijn neef en ik gaan daarna op de fiets naar Apeldoorn. Het rijdt nog steeds met auto's door. Meestal op een onderlinge afstand van tien meter. Wij moeten voortduren voor de juichende menigte uitwijken. Deze slaat de massale gemotoriseerde colonnes gade. Dat is eens iets anders dan Duitse huifkarren met gestolen paarden ervoor! We zien onderweg het bos branden waarover oom Gerrit sprak. Langs de Brouwersmolenweg liggen twee verbrande Duitse auto's en één stuk antitankgeschut (8,8 centimeter). Mijn neef bemachtigt onderweg nog een tiental sigaretten. We zien bij Van Gelder de eerste vlaggen wapperen. Het rijdt intussen nog steeds door. De colonnes komen van de Eendrachtstraat.
Wij slaan de Brinklaan in. Op de Eendracht is grote schade door het inslaan van granaten. Er is geen menselijk letsel. De terugtrekkende moffen zijn er 's morgens een groot huis binnengegaan en hebben alle voorraden meegenomen.
Men heeft al in vele straten van Apeldoorn versieringen aangebracht. Als we familie ontmoeten is het eerste elkaar met de bevrijding te feliciteren. Daarna vertelt een ieder van zijn wederwaardigheden. Door het pakhuis van de firma Van Gerrevink is één der hoeken een granaat geslagen. Deze heeft weinig schade aangericht. De moffen hebben in de afgelopen nacht met kruiwagens (zij beschikken niet meer over vliegtuigen) in verschillende delen van Apeldoorn strooibiljetten verspreid. Ik krijg twee soorten. Eén drukt twee telegrammen van het Britse Ministerie van Oorlog af. Het tweede pamflet is ook in het Engels gedrukt.
Wij blijven kort bij oom Reinier. Mijn tante heeft een snee Canadees wittebrood gekregen.
Zij geeft een klein stukje. Het is net cake en sneeuwwit. Op enkele straten staan mensen geduldig te wachten. Zij weten zelf niet waarop. Er gaan namelijk geruchten dat Prins Bernhard Apeldoorn om 3.30 uur zal bezoeken. Genietroepen zijn op de Deventerstraat bezig de brug over het kanaal te versterken. Alles speelt zich binnen een kwartier af. De nieuwe verbinding bestaat uit een geheel ijzeren geraamte. Terwijl wij er zo staan te kijken wordt er een telefoonlijn door een vrachtauto gelegd. Het verkenningsvliegtuig cirkelt op dat moment boven het kanaal. Overal is veel verwoest. Vooral langs de wegen naar Deventer en Zutphen.
Twee uitgebrande tanks staan aan de overkant. De grote gashouder [kanaal hoek Deventerstraat] is niet meer te herkennen. Grote stukken plaatijzer liggen  inééngedrukt op de grond. Vele schepen liggen half onder water door de vernielingen. Een hijskraan is helemaal verwoest. Op straat ligt veel glas en puin. De grootste schade is echter in de Molenstraat. Deze is zo vernield omdat Duitse kanonnen van daaruit op de Canadezen schoten. Op zeker moment regende granaten en bommen op deze huizen. De meeste zijn tot de grond afgebrand of ingestort. Daarbij komt dat er nog overal mijnen liggen. Vervolgens fietsen we naar het station. Alles is er door de grote schade aan de rails afgezet. Er is ook sprake van mijnen. Dit schijnt op dat moment onderzocht te worden. Daarop gaan we weer terug naar huis. De schade bij onze schoenmaker is groter dan we ons voorgesteld hebben. De hoogspanningskabels zijn vernield en liggen over de Ugchelseweg.
Bij de Viersprong zien we dat een grote colonne auto's (allerlei soort, waaronder zware tanks) vanaf de Keienbergweg de Brouwersmolenweg inslaan. Enkele auto's rijden de Mettaweg op. Ze sluiten zich bij de groepen aan. Deze hebben op het bouwland van J. Luitjes [Mettaweg 18] en Melissen [Mettaweg 37] intussen 20 kanonnen (7,5 centimeter) hebben opgesteld. Alle lopen zijn naar Hoog Buurlo gericht. Er liggen al telefoonkabels langs de weg. In richting Radio Kootwijk woeden twee grote branden. Een derde rookzuil stijgt boven Hoenderloo op. Radio Oranje spreekt nog over zware gevechten in Apeldoorn. Er bieden delen van vier Duitse divisies tegenstand. De weg Arnhem - Zutphen is in Canadese handen. Eén tankspits rukt vanuit Otterlo op, snijdt de weg Amersfoort - Apeldoorn af en dringt door tot tien kilometer van Harderwijk (waarschijnlijk Putten). Tot de 1600 gevangenen op de Veluwe behoren een majoor en 30 leden van de 'Hollandse' SS. Nu Ugchelen bevrijd is is er een einde gekomen aan alle verraad. De politie en leden van de verzetsgroepen maken 's middags om 2.30 uur een begin met het arresteren van NSB-ers en moffenmeiden. Zij worden allemaal naar de Openbare School overgebracht. De verzetslieden (zij dragen een oranje armband met het woord Oranje) beschikken al over motoren, karabijnen, stenguns enzovoort.
NSB-ers willen zich op twee adressen eerst niet melden. Daardoor moet in de lucht worden geschoten.
Twee moffenmeiden zijn eerst onvindbaar. Ze komen tenslotte uit een kast te voorschijn. Om 4.30 uur komt de beheerder van het beruchte pension Eljo-Ramy met zijn oudste zoon voorbij. Zij lopen onder bewaking van een verzetsman hard met de handen in de nek. Zij krijgen van alles van de burgerij te horen. Eén spuwt hen in het gezicht. Tien minuten later volgt de dochter met de tweede zoon. Ook in looppas met de handen in de nek. Daarna volgt zijn vrouw echter zonder bewaking. Zij wordt door ons groepje (we staan bij het fabriekshek) hartelijk ontvangen. De zuster van wijlen dokter Duuring knipt goed wat haar van haar hoofd.
Een ander trekt haar kleding gedeeltelijk kapot en zegt dat dit gestolen goed van de joden is. Zij gaat met de nodige klappen in haar gezicht en tegen haar lichaam onder begeleiding naar de school. Zij krijgt onderweg nog eens een flinke trap van een voorbijganger. Ze wordt bij de school onder honend gelach door de mensenmenigte begroet. Lang niet alle NSB-ers of moffenmeiden zijn thuis gevonden. De voornaamste zitten echter in de school.
Intussen komen uit richting Hoenderloo twaalf Duitsers. Ze zijn door de Canadezen gevangen genomen. Na zes uur begint het grote feest. Alle meiden worden in het openbaar voor de school kaalgeknipt. Twee kappers zijn druk bezig 15 personen van hun haardos te ontdoen. Daarna gaat er één met de teerpot rond en schildert iedere meid een hakenkruis op het hoofd. Enkele krijgen er nog een snor en een baard bij.
Menigeen krijgt bovendien hevige klappen in het gezicht. Daarna moeten allen samen door Ugchelen lopen.
Daarna worden ze vrijgelaten. Oorlogsmisdadigers zoals de beheerder van Eljo-Zamy blijven gevangen.
Intussen vertrekken alle auto's en kanonnen van het bouwland van Luitjes en Melissen. Wij horen in richting Hoog Soeren artillerievuur. In Ugchelen staan overal groepjes auto's geparkeerd. We zien op één punt een kraanwagen met een aanhanger die over 16 wielen beschikt. Deze kan minstens 50 ton vervoeren en is waarschijnlijk bestemd voor vervoer van zware tanks. Eén auto beschikt over een radio. De hele omgeving komt er om 8.15 uur naar Radio Oranje luisteren. Het hele heideveld bij de Ugchelseberg staat door ingrijpen van vlammenwerpers tegen een daar opgesteld kanon in brand. De vlammen zijn zelfs bij de Openbare School te zien. Om 9 uur passeren een groot aantal vrachtauto's van de ravitaillering en rijden de Van Golsteinlaan op. Wij horen 's avonds nog al eens zware ontploffingen in westelijke richting. Er zou een felle strijd woeden bij Kootwijk. Om elf uur passeert en vrij grote formatie bommenwerpers op weg naar Duitsland.

BLOEM. De 17e zijn de hier verblijfhoudende Canadezen en ook de Rode Kruispost verder getrokken naar Apeldoorn. De volgende dagen een af en aanrijden van wagens.

MOERMAN. Half zeven op. Wordt toegeroepen dat we vrij zijn en dat de Canadezen op de markt zijn.
Liggen inderdaad op schuilkelder op de markt. Met Mien rond 9 uur naar het kanaal. Zien daar een Baleybrug maken. In drie kwartier door rond 70 man het hele frame klaar en op de plaats. NSB-ers opgehaald en Duitse gevangenen. Zien 's middags op het Loo Schotse pijpers met doedelzakken. Hele dag eindeloze colonnes de Regentesselaan in naar het noorden.

KRANT (van 29-04-1995). De 17e april 1945 begon nog wel zo feestelijk. Feite Bongaarts herinnert zich de dag als gisteren. Een buurvrouw had hen in de vroege ochtend - terwijl het gezin nog in de kelder verbleef - verteld dat Apeldoorn was bevrijd. Gezamenlijk zag het gezin de bevrijders Apeldoorn binnentrekken. Voor het eerst kregen de kinderen Bongaarts een reepje chocola. In de middaguren kleedde moeder de kinderen netjes aan en toog het gezin, dat aan de Sikkellaan woonde, goed geluimd naar het centrum van het dorp.
Daar viel vast wel het nodige te beleven. En dat klopte. Feite ziet nog de NSB'ers die werden opgebracht, evenals de vrouwen die een verhouding hadden gehad met een Duitse militair. "Die vrouwen waren kaal geschoren, hadden een hakenkruis op het hoofd geschilderd gekregen. Uit pure schaamte trokken zij hun rokken over het hoofd. Zodoende liepen zij in hun onderkleding. Ze werden uitgejouwd en nagewezen. Het was hun eerste veroordeling. Iedereen vond het mooi om er naar te kijken. Een sensatie. Tegen half vier maakte het gezin Bongaarts aanstalten om weer naar huis te gaan. Feite vertelt: "Mijn broer Johan liep nog even naar de Stationsstraat. Daar werden vlaggetjes uit gedeeld. Met rood/wit/blauw exemplaar rende hij over de schuilkelder weer in onze richting". Toen sloeg het noodlot toe. In de ingang van die schuilkelder verscheen een Canadese soldaat. Met zijn mond haalde hij de pen uit een handgranaat en wierp het projectiel vervolgens tussen het publiek. Vader Bongaarts zag het gebeuren. Hij riep: 'Lopen jongens', in een poging het dreigende onheil te voorkomen. Feite: "Ik draaide me om naar mijn vader. Op dat moment klonk een vreselijke knal. Een scherf schampte mijn borst. Johan stond slechts een meter van de ontploffing en kreeg de volle laag. Door de paniek die volgde raakten we de anderen kwijt. Moeder en ik liepen in de richting van de Marktstraat. Ik zag dat ze gewond was. Haar linkerarm hing er slap bij. Die was gebroken en er zat een scherf in. Bovendien ontdekte ik dat ik zelf enorm bloedde op mijn borst. In de Marktstraat zijn we opgevangen door mensen van de EHBO. Die hebben ons in de inham gelegd. 'Eerst die jongeman' hoorde ik nog. Daarna ben ik bewusteloos geraakt.
Mijn broer en ik zijn op ladders gelegd en met de cabriolet naar het ziekenhuis gebracht. Daar is Johan de volgende dag - 's morgens om acht uur - overleden. Ik heb hem nog gezien. Zijn hele lichaam zat vol met scherven". Zelf onderging Feite een operatie. Ook vader Johan en dochter Liesje hadden ontelbare scherven in hun benen. Broer Martin kwam er met een enkel schrammetje van af. Vader Bongaarts vroeg de volgende dag informatie bij de politie. Daar kreeg hij te horen dat 19 mensen bij het ongeval betrokken zijn geweest. Ook hoorde hij dat het ging om een dronken soldaat die zelf ook zwaar gewond raakte. Feite: "Maar later hebben we daar niets meer van vernomen. Ik denk dat er in die hectische tijd geen procesverbaal is opgemaakt. Nergens in de archieven of waar dan ook is iets terug te vinden van het ongeval. Ik weet geen naam van die Canadees. Misschien is hij toen ook wel overleden". De oplossing van de gebeurtenissen ligt mogelijk verborgen in Canadese archieven. De militaire politie heeft vermoedelijk de zaak wel uitgezocht

POLITIE. 07.00 voormiddag. G. van Reekum wonende Looseweg 162 doet aangifte dat gisteravond omstreeks 8 uur een persoon in Duits uniform en een aantal andere personen (burgers) een roofoverval hebben gedaan in zijn huis. Onder bedreiging met vuurwapens hebben zij alles van waarde meegenomen zoals zilverwerk, kleren enzovoort. Hij verzoekt onderzoek.
09.00 uur. Door de heer Gongrijp aan de Jacobastraat werd aan het bureau gebracht een blindganger die hij in de Ruiterstraat heeft gevonden. Gedeponeerd in de tuin achter het recherchegebouw.
21.30 uur. Door de Officier van de Engelse inlichtingendienst is iemand in kamer 15 ingesloten. Woensdag 18 april wordt hij opgehaald door bovengenoemde officier.
22.00 uur. In bewaring in Cel 1: 12 Duitse militairen.

STERKEN. Tot 03.00 uur op 17 april waren alle compagnieën die aan het kanaal lagen betrokken bij vuurgevechten vanaf de overzijde tot het moment waarop het vijandelijk vuur plotseling stopte! Vóór dat een verkenningspatrouille kon worden uitgestuurd om de reden hiervan te ontdekken meldden 2 leden van de Nederlandse Ondergrondse aan commandant van de C-compagnie RCR dat de Duitsers zich uit de stad hadden teruggetrokken. De identiteit van deze twee partizanen werd op de  bataljonscommandopost (Tac HQ) gecontroleerd en bevestigd. Daarna gaf de Brigadestaf toestemming om het kanaal met de infanterie over te steken.
Dit is dus de bevestiging van Canadese zijde van het optreden van de 2 Apeldoornse verzetstrijders zoals beschreven is in het boekwerk ´Ik draag u op´. Even tevoren had een verkenningspatrouille van de via de sluis overgestoken C-compagnie 2 Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Deze waren in het bezit van springmiddelen om de sluis op te blazen. Om 04.30 was de C-compagnie van RCR aan de overzijde van het kanaal bij de Deventerbrug direct gevolgd door de A-compagnie. Deze stootte meteen door naar de markt.
Hierop volgde meteen het bataljon 48th dat met het zuiveren van de Parkenbuurt begon om voorlopig te eindigen bij Paleis het Loo. Het bataljon HPE overschreed het kanaal bij de Loobrug waar gedurende de nacht een brug was geslagen. Het bataljon arriveerde om 09.30 bij het Paleis Het Loo. De 1e Brigade zette zijn opmars langs de Amersfoortseweg richting Nieuw Milligen in de namiddag voort. Ook hier moesten langs deze weg nog enige hardnekkige weerstanden van de Duitsers worden opgeruimd. Vele Canadese eenheden maken in hun verslaglegging melding van de enthousiaste wijze waarop de bevolking van Apeldoorn hen ontving. Enkele citaten: "Het leek wel of de gehele bevolking uitgestroomd was om met vlaggen te wuiven, we werden massaal toegejuicht en natuurlijk werd om sigaretten gevraagd. De stad is bijzonder mooi en helder en heeft nauwelijks geleden van oorlogsvernielingen." "Om 12 uur trokken we Apeldoorn binnen; de inwoners waren bijna hysterisch van opwinding." "Het was moeilijk om door te gaan terwijl duizenden bevrijde inwoners de straten versperden en bloemen over ons uitstrooiden. Een knappe soldaat moest zijn geweer gebruiken om de meisjes van het lijf te houden. Vele kussen van meisjes werden op de wangen van onze jongens gedrukt."

BRANDWEER. - Half één. Een geweldige explosie in westelijke richting. Dan een vuurzee boven de bossen uit. De moffen hadden het munitielager in Hoog Soeren in brand gestoken. De ene explosie volgde de andere op. Ik heb nog nooit een dergelijk mooi schouwspel gezien. Het vuurwerk van Scheveningen was er niets bij. Duizenden vuurpijlen in allerlei kleuren vlogen de lucht in. Tegen twee uur behoorde ook dit weer tot het verleden.

- Om drie uur kwam uit de richting van het Kanaal hevig mitrailleurvuur dat zich naar mijn gehoor in de richting van het Marktplein verplaatste. Even later werd het stil en bleef het stil. Een beetje benauwend stil! Wat zou er aan de hand zijn?
- Om zeven uur merkten we het. We waren bevrijd. Het was haast niet te geloven. Ik had het mij heel anders voorgesteld. Zoals het nu gegaan was is het voor Apeldoorn en haar bewoners het beste geweest. Waarde vrienden, ik hoop niet dat ik jullie al te veel met de opsomming van mijn belevenissen met de brandweer heb verveeld, maar ik heb getracht jullie een overzicht te geven van de meeste belangrijkste gebeurtenissen op dit gebied.

 

Don't have an account yet?Register Now!

Sign in to your account